Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/:4.8.0 Inleiding
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/
4.8.0 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258860:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelingen in het sturingsinstrument van de wijziging van de maatregel behandeld. Ik heb een overzicht van die ontwikkelingen in het volgende schema weergegeven.
Wetswijziging
Sanctie
Reden invoering
Ontwikkeling rechtspositie
Invoering WW 1987(19 261)
Bedrijfsverenigingen konden een maatregel nemen naar aanleiding van verwijtbaar handelen of nalaten. Het opleggen van een sanctie was een discretionaire bevoegdheid.
Genuanceerd sanctiebeleid en vrijheid in opleggen van sancties vanwege de gevalbehandeling die de bedrijfsverenigingen per sector konden toepassen. Sociale partners waren primair verantwoordelijk voor sanctiebeleid.
Grote mate van vrijheid in sancties en er kon rekening worden gehouden met omstandigheden van het geval. Rechtsonzekerheid omdat tussen sectoren gevallen anders werden behandeld vanwege bedrijfstakspecifieke omstandigheden.
Wijziging WW 1 maart 1994(21 608)
Verruiming sanctiemogelijkheid door bij aanvang de volledige uitkering tijdelijk te weigeren in geval van verwijtbare werkloosheid.
De verruiming is ingevoerd, omdat de uitvoeringsorganen een genuanceerder sanctiebeleid wilden toepassen en de twee lokettenproblematiek (WW en bijstand) zich niet zou voordoen door bij aanvang de volledige uitkering tijdelijk te weigeren.
Een verbetering van de mogelijkheid een genuanceerd sanctiebeleid te voeren. Dit leidt tot een verbetering van de rechtspositie.
Invoering Wet Boeten 1 augustus 1996 (23 909)
Na invoering van de Wet Boeten zijn de uitvoeringsorganen verplicht sancties op te leggen. De bestuurlijke boete is ingevoerd voor overtreding van de informatieplicht (zie hoofdstuk 5). Mogelijkheid van twee soorten maatregelen bij geconstateerde verwijtbaarheid, algehele weigering van de uitkering of een tijdelijk gedeeltelijke weigering van 35 procent gedurende 26 weken bij verminderde verwijtbaarheid.
Het kabinet trok de conclusie dat sancties niet optimaal werden benut en het sanctiebeleid inadequaat was, zodat de uitvoeringsorganen verplicht werden tot het opleggen van een sanctie bij geconstateerde verwijtbaarheid.
Het evenredigheidsbeginsel werd niet meer van tevoren toegepast. Elke vorm van verwijtbaarheid dat voorzienbaar tot werkloosheid zou leiden moest bestraft worden met een sanctie. Als het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kon worden verweten, was er een mitigerende maatregel mogelijk. Er mocht niet meer met de omstandigheden van het geval rekening worden gehouden, hetgeen leidde tot een verslechtering van de rechtspositie.