Sturen met proceskosten
Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.6.4:6.6.4 Conclusie
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.6.4
6.6.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS601318:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rigide tariefschalen uit de GKG en de RVG laten in de meeste zaken weinig ruimte voor onzekerheid over de kostenbeslissing die zal volgen. De Duitse wetgever heeft echter wel degelijk geanticipeerd op een aantal vormen van verstorend gedrag en daarvoor kostenconsequenties mogelijk gemaakt, die overigens alleen de (gedeeltelijke) winnaar van de procedure kunnen treffen, omdat de (geheel) verliezende partij toch al in de volledige kosten wordt veroordeeld en daar bovenop geen extra kostenconsequenties kan ondervinden. De artikelen 93, 95, 96 en 97 lid 2 ZPO geven de rechter de ruimte om bij de kostenveroordeling rekening te houden met rauwelijks dagvaarden, met gemiste termijnen en zittingen, met nodeloze stellingen/verweren/verrichtingen en met laat ingediende stellingen, feiten en stukken. Een groot deel van de lijst met verstorend procesgedrag uit voorgaande hoofdstukken wordt dus door die artikelen gedekt. Bij de toepassing van die artikelen heeft de rechter bovendien wel degelijk enige discretionaire vrijheid - al is die kleiner dan in Nederland en Engeland - omdat het open zorgvuldigheidsnormen zijn aan de hand waarvan de Duitse rechter moet beslissen of een vertraging of een andere verstoring aan een partij te verwijten is.