Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.3.3
6.3.3 Het convenant Goede Doelen
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633635:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, p. 3.
Website CBF, laatst geraadpleegd op 29 november 2021: https://www.cbf.nl/?gclid=EAIaIQobChMIxZKWpaz-6gIVyIBQBh1oUw1yEAAYASAAEgIEX_D_BwE.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, p. 2.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, p. 8, artikel 12, p. 7, artikel 13, p. 8.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, p. 3.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 3, p. 5, zie ook bijlage 2 Procesbeschrijving Toezicht op Toezicht, p. 18.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, p. 4.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 11, p. 8.
https://www.cbf.nl/waar-moet-mijn-organisatie-aan-voldoen, laatst geraadpleegd op 29 november 2021.
Ook voor het convenant Goede Doelen is een deel van het toezicht buiten de Belastingdienst neergelegd, namelijk bij het CBF als onafhankelijke uitvoerende organisatie.
Op 1 januari 2016 is één kwaliteitsstandaard voor het fondsenwervende deel van de goeddoelsector ingevoerd. Een onafhankelijke Commissie Normstelling heeft hiervoor de kwaliteitsnormen opgesteld. Deze Erkenningsregeling heeft als doel het publieksvertrouwen te versterken en de kwaliteit van goeddoelorganisaties te bevorderen.1 Het CBF toetst of fondsenwervende goeddoelorganisaties hieraan voldoen en ontwikkelt toezichtbeleid op de naleving hiervan. Goeddoelorganisaties die aan deze normen voldoen, ontvangen van het CBF het predicaat ‘Erkend Goed Doel’. Op 28 april 2021 waren er 628 erkende goede doelen.2
Medio 2017 zijn de kwaliteitseisen van de Erkenningsregeling materieel gelijkwaardig gemaakt aan de wettelijke anbi-eisen.3 Op 29 juni 2018 hebben GDN, NF en Toezichthouder CBF een niet in rechte afdwingbaar openbaar convenant gesloten met de Belastingdienst.4 De Commissie Normstelling is geen rechtspersoon en was derhalve geen partij bij het sluiten van dit convenant. In het convenant zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd om de brede werking van de Erkenning te stimuleren. De samenwerking regelt dat de Erkenning en de anbi-status tegelijkertijd aangevraagd kunnen worden en dat het toezicht op CBF-erkende anbi’s efficiënter wordt. De samenwerkingsafspraken zijn uitgewerkt in de Procesbeschrijving Toezicht op Toezicht (bijlage 2 bij het convenant). De uitvoering van de afspraken is neergelegd bij de Belastingdienst en voor de sector bij het CBF.5
De Belastingdienst stemt het toezicht op erkende anbi’s af op het toezicht door het CBF. Deze aangepaste vorm van toezicht door de Belastingdienst geeft erkende anbi’s meer zekerheid dat zij voldoen aan de wettelijke anbi-eisen. De kans dat de Belastingdienst, na toezicht uitgevoerd door het CBF, de anbi-status met terugwerkende kracht zal intrekken of aanvullende voorwaarden stelt, wordt volgens de website van het CBF daardoor klein. Het toezichtsysteem van het CBF omvat drie toetsen: een initiële toetsing bij de aanvraag voor de Erkenning, een jaarlijkse beperkte toets op hoofdlijnen en voor organisaties (categorie C en D) met een omzet van meer dan 500,000 euro een uitgebreide driejaarlijkse hertoetsing.6
Het samenwerkingsconvenant ziet uitsluitend op in Nederland gevestigde anbi’s die een CBF-erkenning hebben, die erkenning aanvragen en op erkende organisaties die een anbi-status aanvragen.7 Bij het convenant zijn drie bijlagen opgenomen: 1. Het toetsingskader; 2. Procesbeschrijving Toezicht op Toezicht; en 3. Machtiging Informatie-uitwisseling.8
Bijlage 1 bevat een toetsingskader dat gebaseerd is op de anbi-regeling en onderverdeeld in vier categorieën instellingen. In het toetsingskader worden die categorieën niet omschreven, maar op de site van het CBF staat dat de onderverdeling in vier toetsingcategorieën is gebaseerd op de som van baten van de instelling: categorie A tot 100.000 euro; categorie B tussen 100.000 en 5000.000 euro; categorie C tussen 500.000 en 2.000.000 euro en categorie D meer dan 2.000.000 euro.9 De normen zijn strenger naarmate de instelling een grotere omvang aan baten heeft.