Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.7.1:8.7.1 Inleiding
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/8.7.1
8.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443636:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 287 lid 2 Fw: de rechtbank kan de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand geven voor het aanleveren van de ontbrekende stukken.
Art. 285 Fw heeft bij de herziening van de schuldsaneringsregeling nauwelijks verandering ondergaan.
Kamerstukken I 2006/07, 29 942, A, p. 1 en 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de herziening van de schuldsaneringsregeling heeft de wetgever het gebruik van het minnelijk traject nog meer willen bevorderen. Voor de schuldenaar die in financiële moeilijkheden verkeert, betekent dit dat hij zich eerst tot het informele circuit dient te wenden, alvorens zijn verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling in behandeling zal worden genomen. Door het minnelijke traject verplicht te stellen, wordt de toegangspoort tot de schuldsaneringsregeling beperkt tot die schuldenaren voor wie de schuldsaneringsregeling ook daadwerkelijk is geschreven. De rechter is derhalve in beginsel verplicht het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling af te wijzen, indien door de schuldenaar de verplichte verklaring van burgemeester en wethouders niet bij het verzoek is overgelegd, althans de rechter kan dan de schuldsaneringsregeling niet definitief van toepassing verklaren, maar wel voorlopig onder gehoudenheid van de schuldenaar de ontbrekende gegevens binnen een bepaalde termijn alsnog aan te leveren.1 Door de vereiste verklaring van art. 285 Fw waaruit blijkt dat geen reële mogelijkheden aanwezig zijn om tot een buitengerechtelijke regeling te komen, wordt het doorlopen van het minnelijke traject verplicht gesteld alvorens het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling kan worden toegewezen. De zogenoemde 285-verklaring vormt zodoende de brug tussen het buitenwettelijke en het wettelijke saneringstraject.2 Art. 285 Fw luidt voor zover hier van belang als volgt:
1. In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen:
(...)
f. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. (...) h. indien de schuldenaar aanzijn schuldeisers een buitengerechtelijke schuldregeling heeft aangeboden die niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van de schuldregeling, de reden waarom de schuldregeling niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van de schuldregeling, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden;3
De herziene schuldsaneringsregeling kent een streng beleid aan de poort. Toegang tot de regeling is slechts mogelijk voor de schuldenaar die de goedetrouwtoets heeft doorstaan, die het minnelijke traject heeft doorlopen en wiens volledige financiële situatie bekend is.4