Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.4.5
9.8.4.5 De behoefte aan enquêtebevoegdheid
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS376986:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
SER-advies 2003/12, p. 76.
Zie de rechtspraak die ik bespreek in § 9.8.3.
Zaal (2009), p. 49.
OK 5 oktober 2005, JOR 2005/296 m.nt. Leijten (Smit Transformatoren), r.o. 3.8 en OK 10 december 2008, JOR 2009/38 (AHAM), r.o. 3.8.
De ondernemingsraden van Stork (OK 17 januari 2007, JOR 2007/42) en ASMI (OK 20 mei 2008, JOR 2008/158).
Witteveen (2008), onder 5.2 en voetnoot 12.
Prospectus, 10 november 2015, p. 339. Te raadplegen op: www.abnamro.com/nl/investor-relations/aandeelhouders/beursgang/prospectus. Zie verder § 11.6.
Het argument van de SER dat de ondernemingsraad geen behoefte heeft aan enquêterecht, omdat ondernemingsraden zich tot nu toe niet of nauwelijks tot de A-G hebben gewend met het verzoek een enquête in te dienen om redenen van openbaar belang, kan naar mijn mening van de hand gewezen.1 In § 9.8.1 merk ik reeds op dat de kans dat de A-G op verzoek van een ondernemingsraad overgaat tot het instellen van een enquêteverzoek, gering is.
Voorts doet zich vanaf 2005 in de rechtspraak een tendens voor waaruit in algemene zin kan worden opgemaakt dat ondernemingsraden behoefte hebben aan interventie door gebruikmaking van het enquêterecht.2 In de zaken Smit Transformatoren en AHAM gaat het weliswaar om situaties waarin zowel het medezeggenschapsorgaan en het bestuur menen dat een onderzoek nodig is, maar het is de ondernemingsraad en PVT die daartoe het initiatief nemen.3 In Smit Transformatoren en AHAM verzoeken de ondernemingsraad respectievelijk de PVT het bestuur om hen de enquêtebevoegdheid toe te kennen, omdat zij met het verkrijgen daarvan een eigen belang willen.4 Uit deze uitspraken blijkt dat de ondernemingsraad of PVT niet handelt op verzoek van het bestuur, maar een eigen afweging maakt en zelfstandig de weg naar de enquêterechter kiest. Daarnaast heeft de ondernemingsraad zich tweemaal zelfstandig in een enquêteprocedure gevoegd.5
Ook uit de praktijk komen signalen dat de ondernemingsraad behoefte heeft aan enquêterecht. De Stichting Nationale Ondernemingsradenoverleg, waarin veertig grote ondernemingen vertegenwoordigd zijn die tezamen meer dan 750.000 werknemers in dienst hebben, is bijvoorbeeld een uitgesproken voorstander van enquêterecht voor de ondernemingsraad.6 Voorts heeft de ondernemingsraad van ABN AMRO enquêterecht bedongen bij de beursgang van de bank in 2015.7