Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/9.3.2.2.1
9.3.2.2.1 Art. 6 EVRM geldt ook voor verzuimboetes
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940314:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.5.2.3 tot en met paragraaf 3.5.4.3.
EHRM 23 november 2006 (Jussila), nr. 73053/01, BNB 2007/150.
EHRM 11 juli 2006 (Jalloh), nr. 54810/00, NJ 2007/226, par. 97: ‘The general requirements of fairness contained in Article 6 apply to all criminal proceedings, irrespective of the type of offence in issue.’
Wel lijkt het arrest Jussila de ruimte te bieden om regels van voornamelijk formele, procestechnische aard wat minder strikt toe te passen, mits het achterliggende belang op andere wijze voldoende wordt gewaarborgd. Zie daaromtrent nader paragraaf 3.5.2.3. Zie voor de betreffende waarborgen nader paragraaf 15.3.
Ik breng in herinnering dat er enige tijd onzekerheid heeft geheerst omtrent de vraag of de waarborgen van art. 6 EVRM überhaupt golden voor de Nederlandse verzuimboetes.1 Het ging toen om de voorvraag of er bij dergelijke, relatief lichte boetes wel sprake was van een criminal charge. Nadat het EHRM in 2006 het arrest Jussila had gewezen,2 werd algemeen aangenomen dat die voorvraag bevestigend moet worden beantwoord. Voorts kwam uit het eveneens in 2006 gewezen arrest Jalloh naar voren, dat de waarborgen van de fair hearing op allecriminal charges van toepassing zijn, ongeacht de aard van de overtreding. Als eenmaal is vastgesteld dát er sprake is van een criminal charge, dan geldt art. 6 EVRM onverkort en in al zijn elementen, ook al is het delict relatief onschuldig en de straf relatief gering.3 De waarborgen kunnen dus niet in afgeslankte vorm worden toegekend omdat het delict minder ernstig is.4 Deze vervolgvraag is dan of verzuimboetes, nu zij geen schuldverband kennen, zich wel verdragen met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM.