De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.3.2:4.9.3.2 De leraar in de personeelsgeleding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.3.2
4.9.3.2 De leraar in de personeelsgeleding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949670:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 9.30, eerste lid en 10.16, eerste lid, van de Whw en Louw 2011, p. 441-442.
Zie bijvoorbeeld Artikel 8a.1.6 van de WEB en artikel 9.30a, tweede lid, van de Whw.
Artikel 3, derde lid van de WMS en artikel 9.31, derde lid, van de Whw (op het personeel in het middelbaar beroepsonderwijs en in bepaalde gevallen het hoger onderwijs is de Wor van toepassing, ook daar wordt geen onderscheid gemaakt tussen de functies van het personeel), zie ook Jansen 2018, p. 94.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medezeggenschap in het onderwijs wordt vaak gevormd uit verschillende geledingen. Namelijk de leerlingen- of studentengeleding, de personeelsgeleding en soms een oudergeleding. De leraar kan onderdeel uitmaken van de personeelsgeleding. Op de personeelsgeleding in het onderwijs is, met uitzondering van het middelbaar beroepsonderwijs en in bepaalde gevallen het hoger onderwijs, de Wms of de betreffende onderwijssector-wet van toepassing. In het middelbaar beroepsonderwijs is op de medezeggenschap van het personeel altijd de Wor van toepassing, in het hoger onderwijs kan het bevoegd gezag ten aanzien van de medezeggenschap van het personeel bepalen of de Wor of de Whw van toepassing is. 1 Onder de Wor wordt de personeelsgeleding in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs de ondernemingsraad genoemd. Indien de Wor van toepassing is vloeit voornamelijk uit die wet voort welke rechten aan de ondernemingsraad toekomen, de Web en de Whw geven daarnaast nog een aantal aanvullende rechten.2
De leraar kan onderdeel uitmaken van de ondernemingsraad of van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad. De leden van beide bestaan uit personeelsleden. Uit de Wor, de Wms en de onderwijssectorwetten vloeit niet voort dat een of meer leraren onderdeel uit moet maken van de personeelsgeleding of de ondernemingsraad. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar de functie van het personeel.3 De leraar heeft dan ook geen eigen rol in de medezeggenschap, maar maakt onderdeel uit van het personeel als geheel. Gezamenlijk met de rest van het personeel kan de leraar evenwel medezeggenschap uitoefenen ten aanzien van zaken die raken aan beleid omtrent het onderwijs, de examens, arbeidsomstandigheden of arbeidsvoorwaarden.