De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.3.4:4.9.3.4 Het personeel in de medezeggenschap ten opzichte van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.9.3.4
4.9.3.4 Het personeel in de medezeggenschap ten opzichte van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949505:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 12 van de Wms.
Kamerstukken II 2005/06, 30 314, nr. 3, p. 11.
Artikel 27 van de Wor
Artikel 9.30, eerste lid en 10.16, eerste lid, van de Whw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het personeel, zoals hiervoor is geschetst, invloed kan uitoefenen op het beleid omtrent het onderwijs en de examens, is de medezeggenschap van het personeel voornamelijk gericht op beleid omtrent arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. In deze paragraaf wordt kort uiteengezet hoe de medezeggenschap ten aanzien van dit beleid is vormgegeven in de verschillende onderwijssectoren.
De personeelsgeleding in het primair en voortgezet onderwijs heeft een aantal instemmingsrechten die zij niet hoeft te delen met de leerlingen- en/of oudergeleding. Deze rechten zien voornamelijk op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.1 Het gaat daarbij bijvoorbeeld over de vaststelling of wijziging van de formatie, nascholing, arbeids- en rusttijden en beleid omtrent salarissen, toelagen en gratificaties. De instemmingsrechten die zien op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden zijn een zelfstandige bevoegdheid van de personeelsgeleding. Hiermee wordt het belang van deze geleding benadrukt en wordt beoogd de betrokkenheid van het personeel te vergroten bij de medezeggenschap.2 Ook in het middelbaar beroepsonderwijs heeft de personeelsgeleding instemmingsrechten ten aanzien van beleid dat ziet op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Deze rechten vloeien echter niet voort uit onderwijswetgeving, maar uit de Wor.3
In het hoger onderwijs kan voor wat betreft de personeelsgeleding de Whw of de Wor van toepassing zijn, het bevoegd gezag bepaalt welke van de twee stelsels van toepassing is.4 Indien de Wor van toepassing is dan heeft het personeel net als in het middelbaar beroepsonderwijs op grond van de Wor instemmingsrechten ten aanzien van beleid dat ziet op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Als de Whw van toepassing is dan heeft de personeelsgeleding in de medezeggenschapsraad gezamenlijk met de studentengeleding instemmingsrecht op regels op het gebied van arbeidsomstandigheden.5 De personeelsgeleding moet in dat geval het instemmingsrecht dus delen met de studentengeleding.