Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.2.1:7.2.1 EU richtlijn jaarrekeningen
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.2.1
7.2.1 EU richtlijn jaarrekeningen
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85694:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Daar in de unitaire regeling de vrijstelling is gekoppeld aan de vervulling van alle in de regeling gestelde voorwaarden met betrekking tot dat boekjaar, houdt het niet voldoen aan ten minste één van de voorwaarden uiterlijk twaalf maanden na afloop van dat boekjaar in dat vrijstelling over dat boekjaar niet mogelijk is.
In de richtlijn is de vrijstellingsmogelijkheid er voor een dochteronderneming. Als de relatie moeder- en dochteronderneming intact blijft, kan elk jaar opnieuw worden bezien of al dan niet van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt. Als in een volgend jaar geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling, wordt aan de hand van het balanstotaal, de netto-omzet en het gemiddeld personeelsbestand beoordeeld wat het in acht te nemen omvangafhankelijk jaarrekeningregime is.1
Bij de jaarlijkse beoordeling of al dan niet van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt, kan ook aan de orde komen dat een tussenliggende moedermaatschappij de garantstellende maatschappij zal zijn in plaats van de uiteindelijke of andere tussenliggende maatschappij of omgedraaid dat in plaats van een tussenliggende houdstermaatschappij de uiteindelijke moedermaatschappij de garantstellende moedermaatschappij moet zijn. In het kader van de vrijstellingsregeling moet de garantstellende maatschappij in elk geval tevens de consoliderende maatschappij zijn,2 hetgeen onverlet laat dat ook op andere niveaus binnen de groep zoals omschreven in EU richtlijn jaarrekeningen consolidatie moet plaatsvinden behoudens vrijstelling van consolidatie of de bevoegdheid om daarvan af te zien.3