Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4:7.4 Beëindiging restaansprakelijkheid
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4
7.4 Beëindiging restaansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85672:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de 403-aansprakelijkstelling is ingetrokken door depot van een daartoe strekkende verklaring of anderszins is beëindigd blijft de aansprakelijkheid uit hoofde van art. 2:403 BW bestaan voor alle schulden uit de rechtshandelingen die zijn verricht voordat op deze intrekking of beëindiging anderszins een beroep kan worden gedaan. Deze restaansprakelijkheid kan er zijn zowel bij continuering van de groepsband (paragraaf 7.2) als bij verbreking van de groepsband (paragraaf 7.3). Zij blijft bestaan zolang die schuld niet is afgewikkeld (behoudens verjaring). Een schuldeiser die een dergelijke restaanspraak jegens de restaansprakelijke maatschappij als waarborg heeft, zal zich als zijn uit een rechtshandeling van de rechtspersoon voortvloeiende vordering op deze rechtspersoon door deze niet wordt voldaan, voor voldoening tot de maatschappij met restaansprakelijkheid wenden. Ook kan hij als het om een opeisbare verplichting gaat, zich terstond wenden tot deze maatschappij.
Als een maatschappij met restaansprakelijkheid door een schuldeiser met restaanspraak wordt aangesproken, is zij gehouden de restaanspraak van deze schuldeiser te honoreren. Heeft voldoening plaatsgevonden, dan kan deze maatschappij wel regres nemen op de rechtspersoon wiens schuld zij heeft voldaan.
Alleen bij verbreking van de groepsband voorziet onze wetgeving in de mogelijkheid tot beëindiging van deze resterende hoofdelijke aansprakelijkheid (paragraaf 7.4.2). Het kan zijn dat een schuldeiser van de rechtspersoon van oordeel is dat de maatschappij met de restaansprakelijkheid ten onrechte deze aansprakelijkheid heeft beëindigd of poogt te beëindigen. Dan komt als vraagstuk op welke rechtsmiddelen die schuldeiser ten dienste staan (paragraaf 7.4.3). Alvorens op de beëindigingsproblematiek in te gaan, sta ik eerst beknopt stil bij de EU richtlijn jaarrekeningen (paragraaf 7.4.1).
7.4.1 EU richtlijn jaarrekeningen7.4.2 Beëindigingsvoorwaarden en -procedure voor de restaansprakelijkheid7.4.3 Toets op verbreking groepsband