Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/222
Juist en toereikend gemotiveerd oordeel dat de specifieke omstandigheden van de benadeelde partij zo uitzonderlijk zijn dat deze een beroep op de ‘hardheidsclausule’ in de zin van art. 6:108 lid 4 sub g BW rechtvaardigen.
HR 13-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:33
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/01112
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:33, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1249, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑12‑2024
- Wetingang
Art. 151, 287 Sr; art. 6:107, 6:108 BW
Essentie
Het oordeel van het hof dat de specifieke omstandigheden van de benadeelde partij, de zus van het slachtoffer, zo uitzonderlijk zijn dat deze een beroep op de ‘hardheidsclausule’ in de zin van art. 6:108 lid 4 aanhef en onder g BW rechtvaardigen, getuigt in het licht van de wetsgeschiedenis, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Uit de wetsgeschiedenis bij de Wet van 11 april 2018 tot wijziging van het BW, het WvSv en het WvSr teneinde de vergoeding van affectieschade mogelijk te maken en het verhaal daarvan alsmede het verhaal van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.