Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.3.9.3
10.3.9.3 Connexiteit
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574073:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Vlas (Burgerlijke Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen), art. 27 EEX-Vo, aant. 2.
In art. 29 EEX-Vo is nog een speciale regeling getroffen voor het geval dat voor de vorderingen meer dan één gerecht bij uitsluiting bevoegd is. Ingeval zich die situatie voordoet, worden de partijen op grond van art. 29 EEX-Vo verwezen naar het gerecht waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt. Het artikel kan een nuttige functie vervullen bij geschillen over de geldigheid, nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen met plaats van vestiging in een lidstaat, dan wel van de besluiten van hun organen, op grond van het feit dat de daar gehanteerde bevoegdheidsgrond (namelijk de plaats van vestiging) afhankelijk is van het eigen IPR van de rechter. De botsing tussen de leer van de werkelijke zetel en de incorporatie-theorie kan er dan toe leiden dat meer dan één rechter 'exclusief' bevoegd is. Positieve competentieconflicten en litispendentie worden door art. 29 EEX-Vo voorkomen. Art. 29 EEX-Vo is voor de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht nauwelijks van belang.
HvJ EG 6 december 1994, zaak C-406/92 (Ship Tatry), Jur. 1994, p. 1-5439, NJ 1995, 659 m.nt. ThMdB.
Bij verwijzing krachtens art. 28 lid 2 EEX-Vo is het van belang dat beide zaken in eerste aanleg aanhangig zijn. Die eis is gesteld om te voorkomen dat een partij een instantie zou worden ontnomen. Art. 28 lid 2 EEX-Vo is wat dit betreft gewijzigd ten opzichte van art. 22 sub 2 EEX-Verdrag, nu de eis dat de vorderingen in eerste aanleg aanhangig moeten zijn van toepassing is bij verwijzing van de zaak en niet meer bij aanhouding van de zaak. De laatst aangezochte rechter heeft ingeval sprake is van samenhangende vorderingen steeds de mogelijkheid zijn uitspraak aan te houden zonder dat van belang is in welke instantie de zaak aanhangig is. Het EEX-Verdrag bood dan ook geen afdoende voorziening ingeval problemen betreffende samenhang speelde op een later tijdstip in de procedure. Zie ook Vlas (Burgerlijke Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen), art. 28 EEX-Vo, aant. 1 en 3 en de daar aangehaalde literatuurverwijzingen.
Indien partijen maar deels dezelfde zijn als die tussen welke een daarvoor reeds ingeleide procedure wordt gevoerd, dan is de laatst aangezochte rechter slechts verplicht zich onbevoegd te verklaren ingeval de partijen in het geding ook partij zijn bij het geding dat eerder bij een rechterlijke instantie van een andere EEX-staat was ingeleid. Tussen de andere partijen zal de procedure gewoon kunnen worden voortgezet, zodat het kan gebeuren dat de laatst aangezochte rechter zich ten aanzien van sommige partijen onbevoegd moet verklaren en het geding ten aanzien van andere partijen gewoon doorgang zou kunnen vinden.1 Voor deze situatie kan artikel 28 EEX-Vo uitkomst bieden.2 Connexiteit ziet op het geval dat in twee of meer landen gelijktijdige procedures aanhangig zijn die met elkaar samenhangen. Wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten, kan het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak op grond van artikel 28 EEX-VO aanhouden. Onder samenhangende vorderingen in de zin van artikel 28 lid 1 EEX-VO worden dan volgens artikel 28 lid 3 EEX-VO bedoeld 'vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.' Het HvJ EG heeft in de zaak Tatry beslist dat het begrip 'onverenigbare uitspraken' (in artikel 28 lid 3 EEX-VO wordt gesproken over 'onverenigbare beslissingen' maar onder het EEX-verdrag werd nog gesproken van 'onverenigbare uitspraken') ruim moet worden opgevat.3 'Om een goede rechtsbedeling te verzekeren moet deze uitlegging ruim zijn en alle gevallen omvatten waarin er gevaar voor tegenstrijdige uitspraken bestaat, ook á kunnen de uitspraken afzonderlijk ten uitvoer worden gelegd en sluiten de rechtsgevolgen ervan elkaar niet uit', aldus het HvJ EG (r.o. 53). De samenhang kan het gevolg zijn van het feit dat gedeeltelijk dezelfde procespartijen betrokken zijn bij de gelijktijdig aanhangige procedures of dat er overlap bestaat van de centraal staande geschillen. Connexiteit is niet in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geregeld.
De rechter kan ook op verzoek van partijen (artikel 28 lid 2 EEX-vo) tot verwijzing van de zaak overgaan indien voldaan is aan de voorwaarde dat de wetgeving van de eerst aangezochte rechter voeging van samenhangende vorderingen mogelijk maakt en de eerst aangezochte rechter voor wat betreft beide vorderingen bevoegd is.4 Naast de preventieve maatregelen van aanhouding en verwijzing kent de EEX-VO in artikel 34 onder 3 en 4 en artikel 45 lid 1 EEX-VO ook hier de repressieve maatregelen van niet-erkenning en niet-tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen.5