Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.3.3:4.5.3.3 De beleggingsinstellingenlimiet
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.3.3
4.5.3.3 De beleggingsinstellingenlimiet
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193584:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 46 lid 2, tweede alinea OPC-Law 2010 en art. 73 lid 3 EC Regulations 2011.
ESMA34-43-392, sectie I algemeen vraag 4a.
Art. 73 lid 6 EC Regulations 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een icbe mag maximaal 10% van de waarde van haar activa beleggen in deelnemingsrechten van andere icbe’s of beleggingsinstellingen.1 De lidstaten kunnen deze grens verhogen naar 20%; Ierland, Luxemburg en Nederland hebben dat ook gedaan.2 Zoals eerder is beschreven in dit proefschrift mag een icbe wel meer dan 85% van de eigen activa beleggen in een andere icbe, in dat geval is er sprake van een master-feeder-constructie en gelden er additionele regels.3 De wonderlijke situatie doet zich daarmee voor dat het wel is toegestaan om de gehele activa in tien verschillende icbe’s te beleggen of in slechts één icbe, maar dat het niet is toegestaan om de gehele activa te beleggen in meer dan één maar minder dan vijf icbe’s. Het is onduidelijk waarom dit niet is toegestaan.
De lidstaten kunnen toestaan dat de beleggingen van de onderliggende instellingen voor collectieve belegging niet hoeven worden meegenomen bij het berekenen van de overige limieten. Er geldt in dat geval geen ‘doorkijkplicht’. In Luxemburg en in Ierland is expliciet bepaald dat icbe’s deze doorkijkplicht niet hebben.4 In Nederland is hier niets over opgenomen. Aangezien in de Richtlijn de mogelijkheid is opgenomen deze verplichting uit te sluiten, impliceert het niet uitsluiten van de verplichting dat er wel een doorkijkplicht is in Nederland. Lidstaten die deze doorkijk wel verplichten, maken het operationeel ingewikkeld voor icbe’s om te beleggen in andere beleggingsinstellingen. Zeker als deze beleggingsinstellingen door andere beheerders worden beheerd, is het niet eenvoudig om tijdig alle limieten te kunnen monitoren aangezien er op dagbasis informatie-uitwisseling moet plaatsvinden van de ene beheerder naar de andere.
De beleggingen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen dan icbe’s mogen niet meer bedragen dan 30% van de activa van de icbe.5 Om te voorkomen dat de beleggingen ondoorzichtig worden, mag een beleggingsinstelling of icbe waarin een icbe belegt zelf niet meer dan 10% van de activa beleggen in andere beleggingsinstellingen of icbe’s.
Het percentage deelnemingsrechten in icbe’s of andere beleggingsinstellingen dat een individuele icbe mag verwerven is gemaximeerd tot 25% van de waarde van de icbe of beleggingsinstelling waarvan de deelnemingsrechten worden aangekocht.6 Dit percentage heeft betrekking op de activa van een compartiment van een icbe en niet op de hele paraplu,7 al is in Ierland bepaald dat deze verplichting niet geldt voor icbe’s die in andere icbe’s beleggen uit dezelfde paraplu.8 Het totaal uitstaande bedrag moet wel kunnen worden berekend, anders geldt de verplichting niet. Dit zal lang niet altijd mogelijk zijn omdat de omvang van een compartiment van een icbe in veel gevallen niet bekend is.