Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.3
4.5.3 Beleggingslimieten
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193795:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 50 lid 2 en 3, art. 52-57 Icbe-Richtlijn.
COM (76) 152 def., p. 21.
Overweging 42 Icbe-Richtlijn.
Zie paragraaf 2.7.2 over de AIFM-Richtlijn.
Zie hierover paragraaf 4.2.6.
Art. 57 lid 1 van de Richtlijn.
In Nederland heeft de wetgever bepaald dat deze (limieten)bepalingen de eerste zes maanden niet van toepassing zijn (art. 142 lid 1 Bgfo). In Ierland mag de centrale bank van Ierland icbe’s toestaan om gedurende de eerste zes maanden van deze verplichtingen af te wijken (art. 76 Regulations 2011). In Luxemburg mag een icbe gedurende de eerste zes maanden afwijken van deze restrictieregels (art. 49 OPC-Law 2010).
Naast de beperkingen die worden gesteld aan het beleggingsuniversum vormen de beleggingslimieten een tweede belangrijke bron van beperkingen voor het beleggingsbeleid. Het beleggingsbeleid van icbe’s wordt begrensd door verschillende limieten in de icbe-regelgeving.1 Daarnaast kunnen additionele beperkingen worden opgenomen in de fondsdocumentatie. Ik heb geen duidelijke motivatie gevonden voor de in de regelgeving opgelegde limieten.
De opgestelde limieten dienen volgens de Europese Commissie ter bescherming van de deelnemers.2 Waarom dat het geval is en waarom de huidige limieten passend zijn, is daarmee echter niet onderbouwd. De regelgever wil dat icbe’s ‘om redenen in verband met het prudentieel toezicht’, ‘een buitensporige concentratie vermijden in beleggingen waardoor een tegenpartijrisico wordt aangegaan’.3 Deze overweging verduidelijkt de achtergrond van de limieten niet. De meeste concentratielimieten in de Richtlijn zien op marktrisico en niet op tegenpartijrisico. Bovendien loopt elke icbe die een deposito aangaat, participeert in een OTC-derivatentransactie of in technieken voor goed portefeuillemanagement tegenpartijrisico. Dit risico kan niet vermeden worden, hooguit gemitigeerd.
Het gebrek aan motivatie van de beleggingsrestricties is teleurstellend. Zoals in deze paragraaf is beschreven, zijn niet alle limieten even begrijpelijk. Beleggingsinstellingen die niet aan de limieten kunnen voldoen, vallen onder de AIFM-Richtlijn en kunnen zodoende niet zonder aanvullende vereisten grensoverschrijdend aan niet-professionele beleggers worden gedistribueerd.4
Vanuit een Europees toezichtrechtelijk perspectief is het te verdedigen dat aan de distributie van deelnemingsrechten van een abi zwaardere eisen worden gesteld. Als een beleggingsinstelling aan de bepalingen uit de icbe-regelgeving kan voldoen, dient zij immers een vergunning aan te vragen als icbe en niet als abi.5 In die optiek zijn abi’s dus alleen instellingen die niet aan de vereisten uit de icbe-regelgeving kunnen voldoen. Doorgaans zal dat het geval zijn omdat ze te complex zijn.
Helaas sluiten de huidige beleggingslimieten nu ook eenvoudige beleggingsstrategieën uit. Daardoor kunnen niet alleen beleggingsinstellingen die complexere beleggingsstrategieën voeren geen vergunning aanvragen als icbe, maar ook beleggingsinstellingen die eenvoudige beleggingsstrategieën hanteren waarop de huidige beleggingslimieten niet passen. Een voorbeeld hiervan is een mixfonds dat al zijn activa belegt in de deelnemingsrechten van vier andere icbe’s. Dit is niet in lijn met de beleggingsinstellingenlimiet.
De belangrijkste limieten worden in deze paragraaf toegelicht. Een lidstaat kan een icbe toestaan van deze limieten af te wijken gedurende zes maanden na toelating, mits de icbe het beginsel van risicospreiding in acht neemt.6 Alle onderzochte lidstaten staan dat toe, al is hiervoor in Ierland wel toestemming vereist van de toezichthouder.7 De limieten zijn van toepassing op elk afzonderlijk beleggingscompartiment in het geval een icbe uit meerdere beleggingscompartimenten bestaat. De belangrijkste limieten zijn de volgende:
effectenlimieten;
deposito- en overkoepelende limiet;
beleggingsinstellingenlimiet;
hefboomlimiet;
derivatenlimiet.
Deze limieten worden in de volgende deelparagrafen beschreven.
4.5.3.1 Effectenlimiet4.5.3.2 De depositolimiet en overkoepelende limiet4.5.3.3 De beleggingsinstellingenlimiet4.5.3.4 De hefboomlimiet4.5.3.5 Derivatenlimieten4.5.3.6 Conclusie