Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/3.3.5.5
3.3.5.5 Actieve inlichtingenplicht en vertrouwelijk informeren
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/02, 28 362, nr. 2, p. 3. De regering is van mening dat deze actieve inlichtingenplicht voortvloeit uit de vertrouwensregel, die zonder informatieverschaffing immers niet kan functioneren. Bovend’Eert & Kummeling erkennen het bestaan van de actieve inlichtingenplicht, maar volgens de auteurs ligt het echter meer voor de hand om de actieve inlichtingenplicht te koppelen aan artikel 42 lid 2 Grondwet. Dit artikel geeft immers uitdrukking aan het uitgangspunt van de democratische controle door het parlement op het openbaar bestuur. De vertrouwensregel daarentegen regelt het ontslag en de benoeming van ministers. Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 269.
Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 274.
Zie ook Adriaanse, Barhuysen & Van Emmerik 2008.
Naast de grondwettelijke passieve inlichtingenplicht neergelegd in artikel 68 Grondwet wordt door de regering ook aangenomen dat er ook een ongeschreven rechtsplicht bestaat die actieve informatieverschaffing door de minister verplicht.1 De ministeriële verantwoordelijkheid valt aldus uiteen in het gevraagd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen.2
In de politieke praktijk zal de minister in enkele uitzonderlijke gevallen teruggrijpen op de mogelijkheid om de Kamerleden vertrouwelijk te informeren. In het geval van de overname van SNS REAAL in februari 2013 heeft de minister de Kamerleden – fractievoorzitters en/of de financiële woordvoerders – een aantal maal vertrouwelijk geïnformeerd. Omdat het hier marktgevoelige informatie betrof was het niet mogelijk de Kamerleden in het openbaar de informeren. Met deze wijze van informatieverschaffing moet terughoudend worden omgegaan.3 Voorop dient te staan dat het vertrouwelijk informeren een ultimum remedium dient te zijn: openbaarheid is immers de regel. Nadeel van het vertrouwelijk informeren is dat de Kamerleden niets mogen en kunnen doen met de verkregen informatie. In die gevallen dat vertrouwelijke informatie wordt verstrekt, zal het bovendien vaak gaan om zaken waarin snel gehandeld moet worden en voor inbreng van Kamerleden geen tijd zal zijn. Daarnaast wordt slechts een beperkte groep van Kamerleden geïnformeerd. Aan de andere kant hebben Kamerleden zo toch toegang tot soms zeer belangrijke informatie die zij anders niet hadden gekregen wegens het karakter ervan. Vertrouwelijk informeren maakt het daarnaast mogelijk om in een select gezelschap te speculeren over denkbare scenario’s.