De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.6.3.a:7.6.3.a Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.6.3.a
7.6.3.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250186:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur en de jurisprudentie zijn verschillende omstandigheden genoemd die van belang kunnen zijn bij de beoordeling of een beroep van een crediteur op een vergeten 403-verklaring onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Hieronder ga ik in op vier van deze omstandigheden.
Mijns inziens moet de vraag of een beroep van een crediteur op een vergeten 403-verklaring onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden op het moment dat de 403-maatschappij de rechtshandeling heeft verricht waaruit de vordering van de crediteur is voortgevloeid. Dit moment is namelijk bepalend of de moedermaatschappij aansprakelijk is voor een schuld van de 403-maatschappij.1 De moedermaatschappij is aansprakelijk voor alle schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij heeft verricht in de periode waarop de 403-aansprakelijkheid betrekking heeft.2