Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/7.6
7.6 Ex nunc beoordeling van een opschortingsverweer
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950279:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook § 6.3.5.
Zie § 2.8.
Zie bijv. Rb. Zeeland-West-Brabant 29 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8268, r.o. 3.8 (“Tussen partijen staat vast dat het smetwerk inmiddels is verwijderd, zodat dat geen grond voor opschorting oplevert.”) en Rb. Noord-Nederland 7 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3798, r.o. 4.11, waarin de rechter oordeelde dat het gebrekkig kitwerk ‘inmiddels is verholpen’ en aan gedaagde ‘geen beroep (meer) toekomt op het opschortingsrecht’. Zie ook de in § 2.8 genoemde voorbeelden in verband met het eindigen van een duurovereenkomst, als gevolg waarvan de schuldenaar geen vordering meer heeft op zijn schuldeiser. Zie ook Hof ’s-Hertogenbosch 6 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1831, r.o. 3.13 en 3.14.4 (‘geldt dat geen sprake meer is van gebreken die door [geïntimeerde] dienen te worden hersteld (…) zodat opschorting niet (meer) aan de orde is’). Zie § 6.3.2.3 over het ontstaan van disproportionaliteit van de uitoefening van een opschortingsrecht door een toename van de waarde van de verbintenis en de verhouding van die waarde tot de waarde van de vordering en § 6.3.5 voor enkele voorbeelden in verband met het tijdelijke karakter van het algemene opschortingsrecht.
Zie § 2.5.2.
Zie ook § 7.8.2.
Zie § 7.8.1 en § 7.8.3.
Zie § 2.7.2.
Een schuldenaar blijft in beginsel opschortingsbevoegd zolang aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan.1 Zolang hij opschortingsbevoegd is, behoudt hij ook de mogelijkheid om het algemene opschortingsrecht bij wijze van verweer in rechte uit te oefenen. Het algemene opschortingsrecht kan om verschillende redenen eindigen, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar geen vordering meer heeft of de uitoefening van die bevoegdheid in strijd komt met de eisen van redelijkheid en billijkheid.2 Met het eindigen van de bevoegdheid de nakoming van zijn verbintenis uit te stellen, verliest de schuldenaar uiteraard ook zijn opschortingsverweer in rechte. Hoe oordeelt de rechter als de schuldenaar zijn opschortingsverweer tijdens een procedure verliest?
De rechter beoordeelt een opschortingsverweer ex nunc. Ten tijde van de beoordeling van de gegrondheid van een opschortingsverweer door de rechter zal aan de voor het algemene opschortingsrecht geldende vereisten moeten zijn voldaan en mag de uitoefening van dat recht niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn. Wanneer bijvoorbeeld de wederpartij haar verbintenis, in verband waarmee de schuldenaar zich op het algemene opschortingsrecht beriep, in de loop van de procedure alsnog is nagekomen, ontbreekt het de schuldenaar inmiddels aan een vordering in verband waarmee hij de nakoming van zijn verbintenis kan opschorten. Ook kan de uitoefening van het algemene opschortingsrecht gedurende de procedure naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden. In die gevallen komt de schuldenaar geen beroep meer toe op het algemene opschortingsrecht.3 Zodra de opschortingsbevoegdheid eindigt, is de schuldenaar ook gehouden zijn verbintenis alsnog na te komen.4 De rechter zal de schuldenaar dan tot nakoming van het van hem gevorderde kunnen veroordelen.5 Voor zover de rechter van oordeel zou zijn dat de opschortingsbevoegdheid inmiddels gedeeltelijk is geëindigd, kan hij het opschortingsverweer dienovereenkomstig honoreren.6 Voor zover de rechter van oordeel zou zijn dat geen opschortingsbevoegdheid meer bestaat, behoeft dat overigens niet te betekenen dat voordien ook geen opschortingsbevoegdheid heeft bestaan. De schuldenaar kan opschortingsbevoegd zijn geweest tot het moment waarop hij deze bevoegdheid verloor, bijvoorbeeld het moment waarop zijn wederpartij zijn vordering voldeed of waarop de uitoefening van het algemene opschortingsrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar werd. Vanaf dat moment heeft de schuldenaar een ongegrond beroep op het algemene opschortingsrecht gedaan en kan hij bijvoorbeeld schadeplichtig zijn.7