Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.1:2.13.1 De kredietcrisis en schuldencrisis
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.1
2.13.1 De kredietcrisis en schuldencrisis
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitgebreid Diamant & Van Emmerik 2011.
Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 39. Deze garantieregeling is op 1 januari 2011 verlopen.
Deze noodfaciliteit maakt deel uit van een noodmechanisme dat tevens bestond uit een Europees deel het European Financial Stability Mechanism (EFSM) en een bijdrage van het IMF, Kamerstukken II 2009/10, nr. 723. Zie verder paragraaf 4.2.7.1.
Later bleek dat ook Ierland en Portugal een beroep moesten doen op deze noodfaciliteit.
Zie paragraaf 2.14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kredietcrisis brak in volle omvang uit in 2008. Het faillissement van de Amerikaanse bank Lehman Brothers op 15 september 2008 werkte als katalysator voor deze wereldwijde bankencrisis. Vanaf dat moment verloren de financiële markten en de spaarders massaal hun vertrouwen in de banken die bovendien geen geld meer aan elkaar uit wilden lenen, waardoor veel banken in grote financiële problemen raakten. Ook in Nederland raakten enkele financiële instellingen in grote financiële problemen. De overheid moest vanaf eind 2008 kort achter elkaar verschillende maatregelen nemen om te voorkomen dat het Nederlandse financiële stelsel onevenredige schade zou worden aangebracht en daarmee de Nederlandse economie als geheel.1 Verschillende banken werden voorzien van kapitaal door de instelling van een herkapitalisatiefaciliteit ter waarde van 20 miljard euro2 en ook werd er een garantieregeling in het leven geroepen voor de uitgifte van middellang schuldpapier voor banken van 200 miljard euro.3 Daarnaast werd in oktober 2008 het Nederlandse deel van Fortis/ABN AMRO genationaliseerd. In februari 2013 werd SNS REAAL genationaliseerd. Bovendien moest er als gevolg van de schuldencrisis die Europa trof, mede naar aanleiding van de kredietcrisis in 2010, een Europese noodfaciliteit (het European Financial Stability Facility (EFSF)) worden opgetuigd.4 In de eerste plaats om Griekenland te voorzien van voldoende kapitaal en om te voorkomen dat de stabiliteit van de euro in gevaar kwam.5 Deze intergouvernementele faciliteit werd gefinancierd door middel van garanties van de eurolidstaten. Als snel bleken echter ook andere eurolanden financieringsproblemen te ondervinden en in 2012 werd er een permanent noodfonds opgericht door een intergouvernementeel verdrag – het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). In ruil voor het doorvoeren van hervormingen kunnen de lidstaten financiële assistentie krijgen uit deze noodfondsen.
Ook in Nederland stonden de overheidsfinanciën er minder goed voor dan voor de crisis, onder andere doordat de Nederlandse staat verschillende grote uitgaven heeft moeten doen om financiële instellingen te redden. Dit betekende dat het overheidstekort was opgelopen, boven het in het Stabiliteits- en Groeipact neergelegde maximum van 3%. Dit betekende dat Nederland van 2009 tot 2014 onderworpen was aan de zogenoemde buitensporige tekortprocedure en de Europese instellingen in toenemende mate toezicht uitoefenden op de overheidsfinanciën.6