Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.7
5.7 Wet op het primair onderwijs 1998
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977417:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet op het primair onderwijs van 2 april 1998, Stb. 1998, nr. 228 en Wet op de expertisecentra van 2 april 1998, Stb. 1998, nr. 228 zijn op 1 augustus 1998 in werking getreden; Besluit kerndoelen basisonderwijs van 2 juni 1998, Stb. 1998, nr. 354.
Onderwijsraad, ‘Advies inzake SLO-voorstellen herziening kerndoelen basisonderwijs en -vorming van 24 januari 1997´, Uitleg, 12-2-1997; Van der Ploeg e.a. 1999, p. 51.
Vgl. België: In de Franse Gemeenschap bevat het leerplan van de basisscholen in de eerste en tweede klas staatsburgerlijke opvoeding als vak met één wekelijks lesuur. Geschiedenis begint in de vierde klas met anderhalf wekelijks uur, evenals in de vijfde en zesde klas, zie Het onderwijs in België, OU Heerlen, Leuven: Garant 1996, p. 84.
Advies over de voorlopige eindtermen basisonderwijs: aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, enz., Projectgroep Voorlopige eindtermen basisonderwijs (SLO), O & W 1989; vgl. P. van der Ploeg e.a. 1999, p. 66: het kennisgebied maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, is niet vermeld.
Kamerstukken I 1997/98, 22236, nr. 2 (mvt); vgl. ’Het bleke budgetrecht van de Kamer’, Trouw 7 juni 2002 (Op de l.s. wordt al geleerd dat de Tweede Kamer budgetrecht heeft).
Er is geen melding gemaakt van bevordering van staatsburgerlijke en/of politieke vorming. Kennelijk berust deze opmerking op ervaring. Zie later onderhavige Inspectierapporten.
M. Gemmeke, Politieke betrokkenheid van kinderen op de basisschool, (diss. UvA), Amsterdam Thesis Publ. 1998, p. 177-179, 197.
Vgl. C. van der Kooij, Verleden, heden, toekomst, Groningen: WoltersN 1994 die de wettelijke vermeldingen (geschiedenis, maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, geestelijke stromingen) voor de lezer vermoeiend acht en daardoor staatsinrichting weglaat (p. 7).
Gemmeke 1998, p. 196-201.
Ibid., p. 181. Lessen over de politieke inrichting van Nederland scoren gemiddeld 67%.
In par. 12.12 (Wijzigingsvoorstellen burgerschapsvorming) wordt hierop teruggekomen.
Kamerstukken II 1997/98, 22236, nr. 3, p. 46 (mvt).
Maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting, en geschiedenis
Met ingang van 1 augustus 1998 is de Wpo ingevoerd met bij KB vastgestelde kerndoelen (Bijlage XIX). De Onderwijsraad heeft hierop in eerste instantie fundamentele kritiek.1 Immers, het evenwicht tussen kennis, inzicht en vaardigheden is volledig zoek: ‘Kerndoelen met waarden en pedagogische doelstellingen met een ethisch-normatief karakter overschrijdende regels.2 Ze zijn in strijd met de onderwijsvrijheid van artikel 23 Grondwet’, stelt de raad. De wetgever meent bij de vaststelling van de kerndoelen afdoende rekening te hebben gehouden met deze kritiek, want de kennisgebieden geschiedenis (artikel 9 lid 2 onder b Wpo en 13 lid 3 onder b Wec) en maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting (artikel 9 lid 2 onder d Wpo en 13 lid 3 onder d Wec) zijn in de Wpo en Wec vastgelegd.3 Staatsinrichting blijft tot het kennisgebied maatschappelijke verhoudingen behoren (artikel 9 lid 2 onder d Wpo).4 In het vso is geschiedenis, waaronder staatsinrichting, vastgelegd (artikel 14 lid 1 onder b Wec). Het vermelden van staatsinrichting bij het kennisgebied maatschappelijke verhoudingen vraagt ‘dat de verbindingslijnen tussen het heden en verleden aandacht behoeven’.5 Staatsinrichting blijft vermeld, omdat ‘dit verwaarlozing van het voor de sociale vorming belangrijke onderwerp voorkomt (artikel 9 lid 2 onder d Wpo).6
Gemmeke: veel tijd voor politieke kwesties in basisonderwijs
Uit onderzoek van Gemmeke blijkt dat veel leraren de nodige tijd besteden aan politieke kwesties, hoewel ‘politiek’ een klein onderdeel is van het curriculum. Twee derde van de leraren dicht de school een taak toe in de democratische vorming.7 Ook blijkt de lestijd voor staatsinrichting ruim overschreden te worden ten opzichte van de basistabel. Als onderwerpen komen de inrichting, functie en organisatie van verkiezingen aan bod. Mediaberichten en actualiteiten vormen het uitgangspunt in de groepsgesprekken om de politiek te bespreken.8 Gemmeke signaleert dat staatsinrichting periodiek wordt gegeven, hoewel - naast de percepties van de politieke problemen - zich pas later bij (jonge) kinderen ook kennis van politieke instellingen en autoriteiten ontwikkelt. Haar conclusie is dat ‘institutiekunde op die leeftijd verbalisme is die houding en vaardigheden niet beïnvloedt’.9 De leraren zien ‘politieke meningsvorming en het aanbrengen van tolerantie als een politiek leerdoel’.10
Onderwijsraad: gebrekkige samenhang tussen verticale kerndoelen
In zijn advies over de Wpo stelt de Onderwijsraad een gebrekkige samenhang vast tussen de kerndoelen van het basisonderwijs en de basisvorming, waardoor - met een wenselijk longitudinaal curriculum voor ogen - hiaten ontstaan.11 Voor de kerndoelen staatsinrichting is het voorstel ‘de bestuurlijk-politieke ontwikkeling van de staat te [laten] volgen op het ontstaan ervan’.12