Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.2.1:4.2.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.2.1
4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233579:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opvallend is dat lagere rechters de political question-doctrine niet alleen vaker toepassen dan het Hooggerechtshof, maar ook dat zij dit vooral doen in zaken die raken aan het buitenlands beleid. In het vorige hoofdstuk is gebleken dat het Hof juist op dat terrein sinds Baker v. Carr terughoudend is bij het aannemen van political questions. Daarbij hebben lagere rechters ook meer oog voor de pragmatische Baker-factoren. In het vorige hoofdstuk is vastgesteld dat die factoren in de rechtspraak van het Hof een ondergeschikte rol spelen.
Met het oog op de omvang van dit onderzoek beperk ik mij tot een bespreking van zaken waarmee de ruime toepassing van de political question-doctrine door lagere rechters mijns inziens het beste kan worden geïllustreerd en die ook in de meer recente literatuur aandacht hebben gekregen.1 Zoals in de inleiding van dit onderzoek is opgemerkt, kent de Amerikaanse federale rechterlijke organisatie drie instanties: vierennegentig District courts, elf Courts of Appeals en één Hooggerechtshof.2 De hierna te bespreken rechtspraak is gewezen door een District Court in eerste aanleg of een Court of Appeals in hoger beroep. In dit hoofdstuk spreek ik echter meer in algemene zin over de ‘lagere’ federale rechter.
Voor vrijwel alle van de in dit hoofdstuk te bespreken zaken geldt dat het Amerikaanse Hooggerechtshof zich daarover niet heeft uitgesproken, hetzij omdat geen (hoger) beroep is ingesteld, hetzij omdat het Hof heeft geweigerd om een dergelijk beroep in behandeling te nemen. Het in de inleiding van dit onderzoek genoemde verlofstelsel biedt voor het Hof de mogelijkheid om dit te doen. De hierna te bespreken rechtspraak overlapt in zoverre niet met de in het vorige hoofdstuk besproken rechtspraak waarin het Hof – soms in afwijking van lagere rechters – heeft geoordeeld dat toepassing van de doctrine niet in de rede lag, maar dient als aanvulling daarop.