Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.2.3
4.2.3 Het oprichten van een militaire basis
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233726:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Court of Appeals (D.C. Circuit) 21 april 2006, 445 F.3d 427 (Bancoult v. McNamara).
Idem, p. 429-430.
Idem, p. 430-431.
Idem, p. 432.
Idem, p. 433.
Idem, p. 436.
Zie ook in dezelfde zin U.S. Court of Appeals (D.C. Circuit) 15 april 2008, 552 F.3d 413 (Harbury v. Hayden) over de jarenlange burgeroorlog in Guatemala tussen de regering en rebellengroepen. Tijdens deze oorlog was een verzetsstrijder door regeringstroepen gedood. De echtgenote van deze strijder meende dat de CIA daarbij een belangrijke rol had gespeeld. Zij daagde verschillende CIA-agenten en andere overheidsfunctionarissen voor de rechter en vorderde van hen een vergoeding voor de emotionele schade die zij door de gewelddadige dood van haar man had geleden. Onder verwijzing naar Schneider en de zojuist genoemde andere zaken over de militaire staatsgreep in Chili respectievelijk het oprichten van een militaire basis in de Indische Oceaan, concludeerde de lagere rechter dat ook hier een political question aan de orde was. Nu de achterliggende beslissing van de regering om het regeringsleger van Guatemala te steunen als een political question had te gelden, kon ook de rol van de CIA niet aan een inhoudelijke beoordeling worden onderworpen.
Bancoult v. McNamara is een ander voorbeeld van een zaak waarin de lagere federale rechter een political question aanwezig heeft geacht.1 Deze zaak gaat over de oprichting van een militaire basis op het eiland Diego Garcia in de jaren zestig op het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Dit eiland is gelegen in de Indische Oceaan en heeft een gunstige strategisch ligging. De oprichting van de militaire basis werd in drie fases voorbereid. Allereerst werd het de eilandbewoners die het eiland verlieten verboden om terug te keren. Vervolgens werd een embargo ingesteld waarmee de aanvoer van goederen naar het eiland werd verboden. Ten slotte werden de nog aanwezige eilandbewoners gedwongen het eiland te verlaten en elders een nieuw bestaan op te bouwen.2
Enkele decennia na het oprichten van de basis daagden voormalige eilandbewoners de Amerikaanse Staat en Robert McNamara, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, voor de rechter. Zij betoogden dat de beslissing van de regering om op het eiland een militaire basis te vestigen en de wijze waarop die beslissing was uitgevoerd onrechtmatig waren. De voormalige eilandbewoners vorderden een schadevergoeding voor het ontnemen van hun bezittingen en voor de manier waarop zij waren behandeld.3
Onder verwijzing naar Schneider oordeelde de lagere rechter dat ook hier sprake was van een political question. Wederom stelde hij daarbij voorop dat de aanwezigheid van een van de Baker-factoren reeds voldoende zou kunnen zijn.4 Vervolgens overwoog hij dat er geen reden was om in deze zaak anders te oordelen dan in Schneider. Daarbij benadrukte hij dat toepassing van de political question-doctrine bij uitstek in de rede ligt in geschillen die raken aan de vormgeving van het buitenlands beleid:
‘The instance case involves topics that serve as the quintessential sources of political questions: national security and foreign relations.’5
Ook in dit geval kon volgens de lagere rechter geen onderscheid worden gemaakt tussen de achterliggende, politieke beslissing om een militaire basis op te richten en het handelen van het leger ter uitvoering daarvan.6 Deze achterliggende beslissing en de uitvoering van die beslissing waren volgens de la- gere rechter onlosmakelijk met elkaar verbonden. De conclusie dat de rechtmatigheid van deze achterliggende beslissing een political question is, werkte daarom ook door naar het optreden van het leger.7