Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/6.2.2
6.2.2 Verschillende methoden van vaststelling van de verstoring
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS496022:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Commissie 2000, p. 32-33; Beale 1989, p. 206. Vgl. ook de omgang met art. 1 lid 2 richtlijn.
Commissie 2000, p. 32.
HvJ EG 1 april 2004, nr. C-237/02, Jur. 2004, p. 1-3403, r.o. 15, 18 en 23(Hofstetter).
Hof 's-Gravenhage 25 augustus 1998, NJ 1999, 298, r.ov. 4.3; Hof 's-Gravenhage 22 maart 2005, LJN AT1762, r.ov. 24; Hof 's-Gravenhage 9 augustus 2006, LJN AY6000, r.ov. 40.
Stoffel-Munck 1999, nr. 448.
Niglia 2004, p. 199-201 en 206. Een reden hiervoor is dat 'contract law is not codified or anyway not regulated in detail': Nebbia 2007, p. 155. Ook het ontbreken van een grijze en/of zwarte lijst speelt een rol.
Lord Steyn in Director General of Fair Trading/First National Bank plc [2001] 1 UKHL 52, r.o. 38.
De abstracte balans tussen rechten en plichten speelt een rol bij de (ambtshalve) toetsing van boetebedingen: Ktr. Heerlen 8 oktober 2008, LJN BG4338 en Ktr. Maastricht 19 augustus 2009, LJN BJ8252.
TI Rouen 27 juni 2000.
Director General of Fair Trading/First National Bank plc [2000] EWCA Civ 27, r.o. 30.
De UCTA 1977 bijv. 'deals with ferms in isolation': Dean 1993, p. 583; Nebbia 2007, p. 162.
MBNA Europe Bank Ltd/Thorius [2010] ECC 8, r.o. 37; Domsalla (t/a Domsalla Building Services)/Dyason [2007] EWHC 1174 (TCC), r.o. 92.
358. De aanzienlijke verstoring in het nadeel van de consument uit art. 3 lid 1 richtlijn wordt (in grote lijnen) op drie verschillende manieren vastgesteld, waarbij een combinatie van aanpakken vaak voorkomt. De drie gehanteerde methoden zijn:
de vergelijking met het wettelijk kader;
de balans van de rechten en plichten en/of belangen van de partijen;
de vaststelling van de redelijke verwachtingen van de consument-wederpartij.
Bij de drie methoden is ruimte voor een meer abstracte of concrete uitvoering (par. 6.2.4). De richtlijn biedt de meeste steun aan de 'concrete balans'.
359. De vergelijking van het beding met het nationale recht is een met het oog op het harmonisatiedoel onzekere aanpak.1 De vergelijking met aanvullend recht vormt volgens de Commissie wel een belangrijke methode van vaststelling van de verstoring in het nadeel van de consument omdat dit recht een door de wetgever gemaakte belangenafweging weerspiegelt.2 Het belang van deze methode blijkt ook nadrukkelijk uit de rechtspraak van het HvJ en de Europese lijst (onder b).3 Onder die vergelijking met het wettelijk kader schaar ik ook de toetsing aan lijsten met verdachte of verboden bedingen.
De vergelijking met het wettelijk kader vindt in Nederland vooral binnen de collectieve toets plaats (vgl. ook art. 6:240 lid 1 tweede zin BW).4 Van de drie vergeleken lidstaten heeft Nederland ook de meeste ervaring met de toetsing aan grijze en zwarte bedingen. In Frankrijk wordt de aanzienlijke verstoring — het enige criterium — vaak bepaald door de vergelijking met het wettelijk kader. Zowel de overeenstemming met als de afwijking van aanvullend recht is vrijwel altijd beslissend voor de uitkomst van de toets (`ordre public supplétif).5 Hoewel het Engelse recht van oudsher 'ruk bounded' is (vgl. de `UCTA 1977-lijsten'), speelt de vergelijking met het wettelijk kader bij de toetsing aan Reg. 5(1) een geringe ro1.6 Wanneer zij een rol speelt, is soms bepalend dat het beding niet door de wet wordt verboden.7
Bij het opmaken van de balans gaat de toetsende instantie over tot de afweging van de in het contract neergelegde rechten en plichten en/of kenbare belangen van de partijen. Het evenwichtsverstorende karakter van het beding geeft bij deze toetsingswijze de doorslag.
Het afwegen van belangen in het licht van de concrete omstandigheden van het geval is in Nederland de meest voorkomende toetsingswijze.8 In Frankrijk is vooral de formele contractsbalans van belang.9 Ook in Engeland speelt deze balans soms een rol.10 Dat is opmerkelijk want `assessing one party's obligations in relation to the other's is not an operation which is commonly undertaken in common-law reasoning'.11 'Interest balancing' doet zich in Engeland ook regelmatig voor.12
De verwijzing in de hoofdnorm naar de redelijke verwachtingen is geschrapt tijdens de totstandkoming van de richtlijn. In de nationale praktijk komt deze wijze van vaststelling van de verstoring niettemin voor.
De vaststelling van de redelijke verwachtingen vormt in Engeland een veelgehanteerde methode om de verstoring in strijd met de goede trouw te bepalen. Deze methode biedt veel ruimte voor procedurele omstandigheden maar ook voor de abstracte vergelijking met het wettelijk kader. Binnen de onredelijk bezwarendheidstoets spelen de redelijke verwachtingen ook af en toe een rol. Bij deze toetsingswijze gaat de aandacht meestal naar zowel inhoudelijke als procedurele omstandigheden. In Frankrijk komt deze aanpak als zodanig niet voor.
Er bestaat in de onderzochte stelsels geen 'unieke' methode aan de hand waarvan de aanzienlijke verstoring wordt vastgesteld. Wel bestaan er duidelijke nationale voorkeuren.
In Frankrijk wordt vooral gebruikgemaakt van de abstracte vergelijking met het wettelijk kader en de weging van rechten en plichten. In Nederland wisselen toetsing aan de lijsten en concrete belangenafweging elkaar af. In de Engelse rechtspraak ligt de nadruk op de afweging van rechten en plichten in het licht van de belangen van partijen of op de ruimere vaststelling van de schending van de redelijke verwachtingen.