Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.2.1.2
10.2.1.2 De meldingsplicht
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302591:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Tot 1 juli 2013 was de drempel 5%. Dit is echter in het ‘Wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007’ gewijzigd.
De drempelwaarden zijn thans: De drempelwaarden zijn: 3%, 5%, 10%, 15%, 20%, 25%, 30%, 40%, 50%, 60%, 75% en 95%. Het originele voorstel van de commissie was om elke wijziging van ten minste 1% in de zeggenschap eveneens meldingplichtig te maken, maar het kabinet heeft, na onderzoek, besloten dat de administratieve lasten te hoog zouden worden, welk nadeel niet opweegt tegen het voordeel van een mogelijk grotere transparantie (Kamerstukken II 2008/09, 32014, nr. 3, p. 7-8 (MvT)).
Kamerstukken II 2008/09, 32014, nr. 2, p. 1-2 (VvW).
Kamerstukken II 2008/09, 32014, nr. 3, p. 7-9 (MvT).
Kamerstukken II 2011/12, 32014, nr. 24, p. 1-2.
Zie in dit verband ook de kritiek opgenomen in de Nederlandse Corporate Governance Code (p. 45).
Ook in de literatuur waren al kanttekeningen geplaatst bij deze regeling. Zie in dit verband: Sijnja 2010, p. 178 en de aldaar opgenomen literatuur.
Voor aandeelhouders bestaat de verplichting om transparanter te zijn naarmate zij een groter aandelenbelang houden. In de Wft is in artikel 5:38 een aantal drempelwaarden opgenomen. Aandeelhouders die met hun aandelenbelang deze drempelwaarde overschrijden of onderschrijden, behoren dit te melden bij Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM). Deze drempel begint bij een aandelenbelang van 3%1 , vervolgens bij 5% en maakt daarna nog een aantal stappen.2
Daarnaast was in het ‘Wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007’ door de Minister voorgesteld om een nieuw artikel 5:43a Wft in te voeren, met daarin opgenomen de plicht voor aandeelhouders om onverwijld hun intenties kenbaar te maken bij de AFM, wanneer zij ten minste 3% van het geplaatst kapitaal hielden.3 Het idee bij de introductie van deze bepaling was dat het bestuur daardoor beter kon communiceren met haar aandeelhouders en dat aandeelhouders beter geïnformeerd waren over hun medeaandeelhouders.4 Hoewel de Commissie haar advies voor invoering van deze bepaling alweer vrij snel introk, bleef het kabinet voorstander van deze regeling. Vervolgens werd naar aanleiding van weerstand in de Tweede Kamer door Groot, Schaart en Blanksma-Van den Heuvel een amendement ingediend om deze regeling alsnog uit het wetsvoorstel te schrappen.5 De reden hiervoor was dat de regeling niet zou bijdragen aan een efficiëntere en effectievere dialoog tussen aandeelhouders, bestuur en commissarissen.6 Hoewel de Minister meende dat deze regeling wel een positieve bijdrage zou kunnen leveren,7 werd het amendement aangenomen en de regeling uit het wetsvoorstel geschrapt.8
Hoewel deze laatste regeling derhalve is geschrapt, geeft het wel aan dat, mede naar aanleiding van de financiële crisis, een verdergaande mate van transparantie wordt verwacht van aandeelhouders naarmate zij een groter aandelenbelang houden in een beursgenoteerde vennootschap. Dat dit enkel voor beursvennootschappen geldt, is niet onlogisch, nu juist daar de aandeelhouders (en de grootte van hun aandelenbelang) vaak onbekend zijn bij het bestuur.