Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/10.2.3
10.2.3 Transitievergoeding
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS357104:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover: Van Zanten-Baris 2014, p. 52-57; Kruit 2014, p. 52-59.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 38. De Raad van State is in haar advies kritisch omtrent laatstgenoemd doel. De transitievergoeding heeft volgens hem een te vrijblijvend karakter, nu deze vergoeding niet is gekoppeld aan het doel waarvoor deze is bestemd, te weten een werk-naar-werktraject of scholing en opleiding. Zoals thans voorgesteld, ontstaat de indruk dat de transitievergoeding in de praktijk in feite de voortzetting zal vormen van de huidige onbestemde of ongerichte onslagvergoeding, aldus de Raad van State. Zie Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 4, p. 11. Vgl. Kruit 2014b, p. 123-124.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 39.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 38. Er bestaat ook een aantal uitzonderingen op het recht op een transitievergoeding. Deze zijn te vinden in art. 7:673 lid 7 en 7:673c nieuw BW.
Art. 7:673 lid 2 nieuw BW. Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 38. Voor oudere werknemers (bij ontslag vijftig jaar of ouder) geldt, vanwege hun thans bestaande slechtere arbeidsmarktpositie, tot 1 januari 2020 een hogere berekeningsmaatstaf over de jaren dat zij na hun vijftigste bij de werkgever in dienst zijn. Voorwaarde daarvoor is wel dat de werknemer in kwestie ten minste tien jaar in dienst is geweest. De berekeningsmaatstaf bedraagt een maandsalaris per dienstjaar (art. 7:673a nieuw BW). Verder is voorzien in een overbruggingsmaatregel (eveneens tot 1 januari 2020) voor kleine MKB-werkgevers. Art. 7:673d nieuw BW biedt de mogelijkheid om onder nader door de minister te bepalen voorwaarden de maanden gelegen voor 1 mei 2013 voor kleine werkgevers (minder dan 25 werknemers) buiten beschouwing te laten bij de berekening van de duur van het dienstverband, indien de arbeidsovereenkomst is geëindigd vanwege de slechte financiële situatie van de werkgever.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 38.
De Wet werk en zekerheid introduceert een transitievergoeding.1 Deze vergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag en anderzijds om de transitie van de werknemer naar een andere baan financieel te vergemakkelijken.2 De transitievergoeding komt in de plaats van de huidige ontslagvergoedingen (ontbindingsvergoeding en de schadevergoeding uit kennelijk onredelijk ontslag) en gaat in beginsel gelden voor elke werknemer die na een dienstverband van 24 maanden onvrijwillig wordt ontslagen. Dit betekent dat de werkgever deze vergoeding verschuldigd is zowel indien hij de arbeidsovereenkomst beëindigt door opzegging al dan niet met toestemming van het UWV (of cao-ontslagcommissie), als door ontbinding door de rechter, alsook indien een tijdelijk contract op zijn initiatief niet wordt verlengd (art. 7:673 lid 1 nieuw BW).3 Daarmee gaat voor zowel de opzegging, de ontbinding, als het eindigen van een bepaaldetijdcontract van rechtswege in beginsel hetzelfde vergoedingsregime gelden en wordt een einde gemaakt aan de huidige rechtsongelijkheid in het duale ontslagsysteem voor wat betreft de hoogte van de ontslagvergoedingen en de kloof tussen flexibele en vaste werknemers verminderd. Voorwaarde voor het recht op een transitievergoeding is wel dat de arbeidsovereenkomst ten minste twee jaar heeft bestaan.4 Het eerste lid van het nieuwe art. 7:673 BW bepaalt verder dat de werknemer tevens recht heeft op de transitievergoeding indien door ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werknemer is opgezegd, ontbonden of niet is voortgezet.
De hoogte van de transitievergoeding bedraagt over de eerste tien jaar van de arbeidsovereenkomst een zesde maandsalaris voor elke periode dat de arbeidsovereenkomst zes maanden heeft geduurd (een derde maandsalaris per dienstjaar). Na het tiende dienstjaar bedraagt de vergoeding een vierde maandsalaris voor iedere zes maanden die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd (een half maandsalaris per dienstjaar).5 De vergoeding is echter gemaximeerd op € 75.000, of op een bedrag gelijk aan het jaarsalaris van de werknemer indien dat hoger is dan € 75.000 (art. 7:673 lid 2 nieuw BW).6 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat op de transitievergoeding in mindering kunnen worden gebracht, kosten in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst gericht op het bevorderen van het vinden van een andere baan en kosten verband houdende met het bevorderen van de bredere inzetbaarheid van de werknemer die tijdens de arbeidsovereenkomst zijn gemaakt (art. 7:673 lid 6 nieuw BW).