Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.6.1
11.7.6.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258670:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 138, lid 3, UDWU. Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij in hoeverre de term ‘vrachttarieven die gewoonlijk gelden’ zich verhoudt met de CVA-bepalingen. Het in aanmerking nemen van ‘vrachttarieven die gewoonlijk gelden’ lijkt namelijk een wettelijke grondslag in de CVA te ontberen. Deze ‘oplossing’ biedt echter wel de meest eenvoudige wijze waarop de vervoerskosten in gevallen dat het vervoer kosteloos of door de koper worden verricht in aanmerking kunnen worden genomen. Het risico bestaat echter dat de werkelijke gemaakte kosten voor het vervoer lager zijn, doordat de koper bijvoorbeeld gebruikmaakt van een verbonden partij die voor de gehele groep het vervoer regelt. Derhalve zou het bij het overleggen van bewijs aangaande ‘vrachttarieven die gewoonlijk gelden’ naar mijn mening toegestaan moeten zijn om informatie over de werkelijke vervoerskosten te overleggen om op die manier te waarborgen dat de douanewaarde zoveel als mogelijk aansluit bij de economische waarde van de ingevoerde goederen.
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-17/89 (Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost tegen Deutsche Olivetti GmbH), ECLI:EU:C:1990:238.
Voor het in aanmerking nemen van de kosten van vervoer voor het bepalen van de douanewaarde, moet worden vastgesteld hoe de koper en de verkoper de kosten hebben verdeeld. Dit zal, zoals toegelicht in onderdeel 11.7.4, veelal plaatsvinden aan de hand van de leveringsvoorwaarden die partijen overeenkomen. Daarbij kan een viertal scenario’s worden onderscheiden:
Het vervoer wordt kosteloos verricht;
De koper verricht het vervoer tot aan de plaats van binnenkomst en het vervoer tot de plaats die verder binnenwaarts is gelegen;
De verkoper verricht het vervoer tot de plaats van binnenkomst en de koper het vervoer tot de plaats die verder binnenwaarts is gelegen;
De verkoper verricht het vervoer tot de plaats van binnenkomst en (ten dele) het vervoer tot de plaats die verder binnenwaarts is gelegen.
In het eerste en tweede scenario worden de in de douanewaarde op te nemen vervoerskosten berekend volgens de vrachttarieven die gewoonlijk gelden voor dezelfde vervoerswijzen.1 Bij het derde scenario is de afgesproken prijs gelijk aan de CIF-waarde en vindt geen correctie van de werkelijk betaalde of te betalen prijs plaats (onderdeel 11.7.4). De kosten van vervoer tot de plaats van binnenkomst zijn immers in de werkelijk betaalde of te betalen prijs begrepen en de kosten van vervoer tot de plaats die verder binnenwaarts is gelegen zijn daarvan reeds uitgesloten. Voor het vierde scenario hangt de berekening van de in de douanewaarde van de goederen op te nemen vervoerskosten af van enerzijds de gebruikte vervoerswijze en anderzijds of één of verschillende vervoerswijzen zijn toegepast. Een en ander laat zich het best toelichten aan de hand van het stroomschema zoals opgenomen in figuur 11.8.
Figuur 11.8 Stroomschema vervoerskosten
Uit het stroomschema volgt op welke wijze de in aanmerking te nemen vervoerskosten moeten worden bepaald. De eerste stap betreft het bepalen of sprake is van dezelfde vervoerswijze (onderdeel 11.7.6.2) of verschillende vervoerswijzen (onderdeel 11.7.6.3). Indien sprake is van dezelfde vervoerswijze (met hetzelfde vervoersmiddel), worden de vervoerskosten naar evenredigheid bepaald, tenzij een standaardtarief beschikbaar is. Een uitzondering daarop betreft de situatie dat de goederen worden vervoerd per luchtvracht. In dat geval worden de in aanmerking te nemen vervoerskosten vastgesteld aan de hand van bijlage 23-01 UDWU. Indien gebruik wordt gemaakt van verschillende vervoerswijzen (verschillende vervoersmiddelen) kan uit het Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost tegen Deutsche Olivetti GmbH-arrest worden afgeleid hoe de vervoerskosten moeten worden vastgesteld (onderdeel 11.7.6.3).2
De verschillende stappen in het stroomschema worden hierna nader toegelicht. In onderdeel 11.7.6.2 wordt daartoe ingegaan op de situatie dat de goederen via dezelfde vervoerswijzen worden vervoerd. Daaropvolgend gaat onderdeel 11.7.6.3 in op de situatie dat de goederen via verschillende vervoerswijzen worden vervoerd. Tot slot wordt in onderdeel 11.7.6.4 stilgestaan bij bewijsstukken die voorhanden moeten zijn.