Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.5.2
4.5.2 Wederzijds vertrouwen?
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS378817:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Echter wel in de preambules van Dublin II en Dublin III, zie considerans punt 8 bij Verordening (EG) 343/2003 (Dublin II) en bij Verordening (EU) 604/2013 (Dublin III).
Art. 5-8 Dublin I; art. 9-13 Dublin II; art. 12-15 Dublin III.
Terzijde, het idee dat niemand in de EU voor vervolging heeft te vrezen is opmerkelijk in het licht van de vele Roma die vanuit Europa naar Canada zijn gevlucht en daar als vluchteling zijn erkend. Bovendien heeft België zich het recht voorbehouden asielverzoeken van Unieburgers wel te behandelen. Zie hierover Groenendijk 2011.
Het Aznar Protocol is aan het EU-verdrag toegevoegd op initiatief van de toenmalige Spaanse minister-president Aznar, die vreesde dat Basken door andere lidstaten als vluchteling zouden worden erkend. Zie Protocol 24 inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de EU. In feite was het protocol dus juist gebaseerd op wantrouwen.
Een lidstaat die het asielverzoek van een EU-burger inhoudelijk wil onderzoeken moet de Commissie informeren en bij voorkeur andere lidstaten informeren. Volgens Price 2010, p. 25, 47, 57-58, moet deze beperking van de soevereiniteit worden begrepen in het licht van het beledigende karakter van een beslissing om een asielzoeker die burger is van een andere lidstaat als vluchteling te erkennen. Op p. 47 schrijft hij: ‘if governments could be trusted to exercise their authority rightfully, asylum would be a malicious interference with justice. But in a world where many regimes exercise power arbitrarily, asylum was necessary to effectuate justice’.
Art. 3 lid 2 en art. 17 Dublin III. Overigens al neergelegd in art. 29 lid 4 en 30 lid 2 van het Verdrag van Schengen.
Het aanvankelijke doel van de overeenkomst van Dublin was enerzijds geen refugees in orbit: geen vluchtelingen die nergens terecht kunnen en anderzijds geen forumshopping: geen asielzoekers die van de ene naar de andere lidstaat hoppen om daar hun heil te zoeken. De oplossing werd gevonden in een systeem waarbinnen slechts één maar ook ten minste één lidstaat de verantwoordelijkheid heeft voor de behandeling van een asielverzoek. In de oorspronkelijke overeenkomst van Dublin zijn solidariteit of gelijke verdeling niet als doel geformuleerd.1 Er werd een hiërarchie in criteria vastgesteld op grond waarvan kan worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is. Wie die hiërarchie bekijkt, ziet onmiddellijk dat de zwaarste last werd gelegd op de schouders van de lidstaten met veel (zuidelijke) buitengrenzen. Immers, het systeem gaat ervan uit dat de lidstaat die de grootste rol heeft gespeeld bij de binnenkomst van de asielzoeker de verantwoordelijkheid voor de behandeling van diens asielverzoek draagt.2 Dat is in veel gevallen de lidstaat van eerste grensoverschrijding.
Het uitgangspunt van wederzijds vertrouwen en harmonisatie van de asielsystemen leidt in de eerste plaats tot het vertrouwen dat geen van de lidstaten zelf vluchtelingen ‘produceert’.3 Dat is neergelegd in het zogenoemde Aznar Protocol bij het EU-verdrag.4 Daarnaast vertrouwen zij erop dat alle lidstaten een eerlijke procedure hebben om te bepalen of een asielzoeker als vluchteling moet worden erkend en dat zij asielzoekers en vluchtelingen een voldoende opvang bieden.
Gaven de lidstaten met het Dublinsysteem hun soevereiniteit op? Deels wel. Het Aznar Protocol laat in elk geval nauwelijks enige soevereiniteit aan de lidstaten, het bevat – anders dan de Dublinverordening – geen algemene soevereiniteitsclausule en de uitzonderingsmogelijkheden zijn zeer restrictief geformuleerd.5 Soevereiniteit is ook ingeleverd doordat de lidstaten zich ertoe hebben verplicht om de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek op zich te nemen als zij volgens de hiërarchie van criteria verantwoordelijk waren en, in geval van erkenning als vluchteling, bescherming te bieden. Deels behielden de lidstaten echter hun soevereiniteit, vanwege de mogelijkheid om de behandeling van een asielverzoek, zelfs als een andere lidstaat verantwoordelijk is, aan zich te trekken.6