Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/1.6:1.6 Methoden van onderzoek
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/1.6
1.6 Methoden van onderzoek
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977372:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek heeft aan de hand van drie complementaire onderzoeksmethoden plaatsgevonden. Vooreerst is een descriptieve analyse gemaakt van de wording en ontwikkeling van de vakken staatsinrichting, recht en maatschappijleer voor de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag. Voor de beantwoording van de tweede vraag heeft een systematische reflectie op de legitimatie en validatie van burgerschapsvorming plaatsgevonden, alsmede op de constitutionele en democratisch-rechtsstatelijke grenzen. Tot slot geeft de wetssystematische methode invulling aan de derde onderzoeksvraag over de codificatiemogelijkheden van burgerschapsvorming in de Wpo, Wec en Wvo.
Na het inleidende hoofdstuk 1 volgt hoofdstuk 2 met de methodische behandeling van de begripsvorming van de concepten burger en burgerschap, waaronder mijn ideaal van verbindend democratisch burger, dat mede ontwikkeld wordt aan de hand van de politieke democratietheorie van Putnam.
In de historische hoofdstukken 3 tot en met 8 analyseer ik de (curriculum)posities en curricula van staatsinrichting, recht en maatschappijleer. In hoofdstuk 3 tot en met 6 komen deze aspecten geperiodiseerd aan bod.
Hoofdstuk 7 behandelt rijksleerplannen, kerndoelen en (eindtermen in) examenprogramma's en een selectie van de leerboeken staatsinrichting en recht. Deze kenbronnen geven een beeld van het burgerschapsonderwijs. De opleidingen voor de MO-bevoegdheden staatsinrichting, recht en maatschappijleer, de Universitaire Lerarenopleidingen (ULO), alsmede de pedagogisch-didactische scholing van leraren, komen in hoofdstuk 8 aan bod. De opleidingen kunnen het verlangde inzicht in het opleidingsniveau van leraren bieden. Ten slotte verschaffen de werkzaamheden van de lerarenverenigingen inzicht in de wijze en effectiviteit van hun belangenbehartiging.
Hoofdstuk 9 vormt een scharnierpunt in het betoog. Dit hoofdstuk staat in het teken van een drietal legitimerende argumentaties voor burgerschapsvorming, ontleend aan de normatieve democratietheorieën, de pedagogische opdracht en het recht op onderwijs, en de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. In de bespreking van de opvoedings-, onderwijs- en leerdoelen burgerschap in historische en contemporaine contexten figureren de opvoedingstheorieën van de sociaalpedagogen: (a) Kohnstamm en Langeveld (Utrecht-Amsterdam), (b) Gielen en Strasser (Nijmegen), (c) De Winter (Utrecht) en Van Achter (Brussel-B) en (d) Dewey (New York-USA)) en Boeke (Bilthoven). Hun ideeën en die van politicoloog Putnam (Harvard-USA) vormen de basis van mijn ideaal van vorming tot verbindend democratisch burger.
In hoofdstuk 10 volgt een analyse van de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in de context van de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw) en de grenzen van de democratische rechtsstaat (2021).
Hoofdstuk 11 handelt over de codificatie en schooleigen invulling van burgerschapsvorming en (de grenzen en de reikwijdte van) de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw), alsmede de daarbij geldende vereisten van de democratische rechtsstaat. Deze stellen voorwaarden aan de beoogde vastlegging en inrichting van burgerschapsvorming in de onderwijssectorwetten.
Hoofdstuk 12 ten slotte bevat de samenvattende conclusies en de ontworpen codificatievoorstellen I en II van doelgerichte en samenhangende burgerschapsvorming en aanbevelingen voor de implementatie in de Wpo, Wec en Wvo aan wetgever en schoolbesturen.