Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.1.b.ii
7.3.1.b.ii De rechthebbende naar buitenlands recht? (CompleTel-zaak)
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS596526:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Evenzo Olden (2008a), p. 849.
OK 6 juli 2010 (ro. 3.2-3.5), JOR 2010/267 (CompleTel). Nu Euroclear France op basis van Franse wet- en regelgeving dezelfde, althans een vergelijkbare, rol vervult als Euroclear Nederland, is zij volgens de OK geen rechthebbende op de aandelen. Zij kwalificeert daarom niet als aandeelhouder in de zin van de uitkoopregeling en is dus terecht niet gedagvaard.
De OK oordeelt dat Euroclear France niet kan worden aangemerkt als centraal instituut zoals bedoeld in de Wge nu slechts Necigef (Euroclear Nederland) als zodanig is aangewezen. De uitkoper heeft niet voldoende gestaafd dat Euroclear France een aangesloten instelling is. Dit is Euroclear France echter wel. Dat betekent dat zij op grond van de argumentatie uit de ABN Amro-zaak al geen aandeelhouder in de zin van de uitkoopregeling is.
Volgens Bruining (2011), p. 116, volgt uit de uitspraak niet naar welk recht beoordeeld moet worden wie rechthebbende is op de aandelen.
Aldus ook Olden (2008b), p. 362. Hij pleit ervoor om ‘in art. 2:64 BW op te nemen dat bepaalde met name te noemen (rechts)personen, zoals Euroclear Nederland, niet als aandeelhouder worden beschouwd, onverminderd de mogelijkheid om hen als zodanig in het aandeelhoudersregister te vermelden’. Ik voel niet veel voor dit idee, omdat een dergelijke regeling niet uitputtend kan zijn en een algemene beschrijving van een bewaarinstelling evenzeer tot interpretatieproblemen leidt.
Benjamin (2002), p. 39-40; Benjamin/Yates (2002), p. 26.
S. 126 CA 2006. Het aandeelhoudersregister maakt geen melding van trustconstructies. De aandelen staan geregistreerd op naam van de bewaarinstelling. De vennootschap weet derhalve niet van het bestaan van een trust en beneficiaries, zie Benjamin (2000), p. 40.
Austen-Peters (2000), p. 77-78.
Snijders (1997).
Uit de uitspraak inzake ABN Amro blijkt echter niet wie de uitkoper moet dagvaarden indien zijn vordering ziet op de aandelen die zijn opgenomen in een ander giraal effectensysteem dan de Wge. De OK motiveert haar beslissing namelijk uitdrukkelijk met een beroep op de systematiek van de Wge.1 Het gaat dan vooral om de aandelen die zijn opgenomen in een buitenlands giraal effectensysteem.
Twee jaar na de ABN Amro-zaak speelt deze problematiek in de uitkoopprocedure inzake CompleTel. Het gaat om de aandelen opgenomen in het Franse girale effectensysteem. De OK moet de vraag beantwoorden of de centrale bewaarinstelling Euroclear France voor de uitkoopprocedure als aandeelhouder heeft te gelden.
De OK oordeelt dat hiervoor beslissend is of Euroclear France op grond van het op haar toepasselijke recht rechthebbende is op de aandelen.2 Een analoge toepassing van de Wge op buitenlandse bewaarders acht zij niet mogelijk.3 Met andere woorden, indien de aandelen zijn opgenomen in een buitenlands giraal effectenverkeer, moet de uitkoper degene dagvaarden die volgens het op het effectensysteem toepasselijke recht rechthebbende is op de aandelen.4
Ik acht het criterium ‘rechthebbende’ om te beoordelen wie als aandeelhouder heeft te gelden niet gelukkig.5 Naar buitenlands recht is het niet altijd eenvoudig te bepalen wie rechthebbende is op de aandelen in het desbetreffende girale effectensysteem. Dit geldt met name indien het systeem gebaseerd is op een trustconstructie.
Ik geef een voorbeeld met betrekking tot het giraal effectensysteem in het Verenigd Koninkrijk. De in het systeem opgenomen aandelen vallen in het afscheiden vermogen van een trust. De bewaarinstelling (custodian) beheert het trustvermogen ten behoeve van de derden (beneficiaries). Zij is als trustee de legal owner van de aandelen in trust. De beneficiaries hebben het equitable ownership.6 De bewaarinstelling geldt ten opzichte van derden als eigenaar van de aandelen. Zij oefent het stemrecht op de aandelen uit en ontvangt de uitgekeerde dividenden. De vennootschap hoeft hierbij geen rekening te houden met de beneficiaries.7 De bewaarinstelling houdt de aandelen echter ten behoeve van de beneficiaries en kan de aandeelhoudersrechten alleen uitoefenen in overeenstemming met de instructies van de beneficiaries. De laatstgenoemde hebben een vorderingsrecht (proprietary right) jegens de bewaarinstelling.8
Wie is in deze situatie de ‘rechthebbende’ op de aandelen? De legal owner of de equitable owner? Illustratief in dit verband is de aanduiding door Snijders van de trustee als ‘overwegend rechthebbende’.9