Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.1.b.i
7.3.1.b.i De rechthebbende op de aandelen (ABN Amro-zaak)
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS598859:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Per 1 januari 2011 is het begrip ‘intermediair’ in de Wge geïntroduceerd. Het begrip omvat, naast de al bestaande aangesloten instelling, iedere vergunninghoudende bank of beleggingsonderneming. Met de wetswijziging is het gesloten systeem van de Wge deels opengebroken, hierover Naber/ Schuijling (2012), p. 546 e.v.
Uitgebreid over het systeem van giraal effectenverkeer, Schim (2006).
Evenzo Olden (2008a), p. 847, die stelt dat Euroclear Nederland vanuit de systematiek van boek 2 BW ‘de beste papieren heeft om als aandeelhouder te gelden’, maar dat dit duidelijk niet beoogd is vanuit de systematiek van de Wge.
Euroclear Nederland is de handelsnaam van het Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effecten-verkeer B.V. (Necigef).
OK 15 mei 2008 (ro. 3.2), JOR 2008/196 (ABN Amro).
Struycken/Schim (2008), p. 124 wijzen er terecht op dat Euroclear Nederland niet beschikkingsbevoegd is ten aanzien van de aandelen. Toewijzing van een vordering jegens Euroclear Nederland tot overdracht van de aandelen, betekent dat zij veroordeeld wordt tot het verrichten van een handeling waartoe zij goederenrechtelijk niet in staat is.
Olden (2008a), p. 848; Struycken/Schim (2008), p. 125; Assink onder JOR 2008/196; Assink (2013), p. 2417-2418.
OK 15 mei 2008 (ro. 3.2), JOR 2008/198 (VNU Group).
De uitkoper kan de deelgenoten dagvaarden bij openbare dagvaarding op grond van art. 54 lid 2 Rv (§ 11.2.1 sub b). Dit is niet alleen het geval als het gaat om aandelen aan toonder, maar ook bij naamaandelen. Deze aandelen staan ingevolge art. 8b Wge op naam van Euroclear Nederland (of een aangesloten instelling), waardoor de deelgenoten niet bij naam bekend zijn en dus bij openbare dagvaarding kunnen worden opgeroepen.
Het giraal effectensysteem in Nederland is geregeld in de Wet giraal effectenverkeer (Wge). Het Wge-systeem werkt, kort gezegd, als volgt. De opname van aandelen in het systeem geschiedt door in bewaargeving van aandelen aan toonder en levering van aandelen op naam aan Euroclear Nederland of een aangesloten instelling.1 Na opname behoren de aandelen tot de gemeenschap van een verzamel- of girodepot. De oorspronkelijke rechthebbenden op de aandelen worden deelgenoot in het depot. Zij zijn gezamenlijk gerechtigd tot de aandelen in de gemeenschap naar evenredigheid van de door hen ingebrachte aandelen.2
Voor de uitkoopregeling is de vraag wie de houder is van de in het depot opgenomen aandelen. Euroclear Nederland (of een aangesloten instelling) houdt de toonderaandelen en staat ingevolge art. 8bW ge als houder van de aandelen op naam in het aandeelhoudersregister.3 Daar staat tegenover dat niet zij, maar de deelgenoten (gezamenlijk) gerechtigd zijn tot de aandelen in het depot. Het betreft echter een ‘aandeel’ in het depot en niet een aandeel in de vennootschap. Ook de deelgenoten zijn dus strikt genomen geen aandeelhouder in de zin van boek 2 BW.
In 2008 verschaft de OK enige helderheid in de uitkoopprocedure inzake ABN Amro. De OK verklaart de uitkoper niet-ontvankelijk in zijn vordering jegens Necigef (lees: Euroclear Nederland4 ), omdat:
“Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 12 lid 1 in verbinding met artikel 38 lid 1 Wge, staat voorts vast dat Necigef zelf (…) niet tot de hier bedoelde aandelen is gerechtigd, doch dat uiteindelijk (steeds) degene aan wie de aandelen toebehoorden op het tijdstip waarop zij door Necigef (…) ter bewaring in ontvangst zijn genomen dan wel aan haar (…) zijn geleverd (…). De Ondernemingskamer overweegt dat uit het aldus bepaalde in de Wge volgt dat Necigef (…) niet kan worden aangemerkt als rechthebbende op de aandelen in ABN AMRO Holding welke te haren name zijn geregistreerd en – derhalve – evenmin als aandeelhouder van ABN AMRO Holding in de zin van artikel 2:92a BW.”5
Voor de OK is beslissend dat uit het systeem van de Wge volgt dat Euroclear Nederland (of een aangesloten instelling) niet gerechtigd is tot de aandelen in het depot.6 Dat zij wel als zodanig in het aandeelhoudersregister staat opgenomen, maakt dit volgens de OK niet anders. Euroclear Nederland en de aangesloten instellingen behoren voor de uitkoopprocedure daarom niet tot de gezamenlijke andere aandeelhouders.
Wie dan wel? Uit de uitspraak volgt dat de deelgenoten in de verzameldepots als rechthebbende hebben te gelden: zij zijn immers wel (gezamenlijk) gerechtigd tot de aandelen.7 Dit blijkt ook uit de uitkoopprocedure inzake VNU Group. De OK overweegt in deze zaak dat de VEB zich voldoende heeft gelegitimeerd als rechthebbende op de aandelen in het verzameldepot en daarom ‘op de gebruikelijke wijze als aandeelhouder van de vennootschap [is] te beschouwen’.8 De uitkoper moet de deelgenoten dus dagvaarden als de gezamenlijk andere aandeelhouders.9