Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/1.6.4
1.6.4 PPS
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975575:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kenniscentrum PPS 2000, p. 4.
Een PPS tussen overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen staat ook wel bekend als de triple helix. Het triple helix-model benadrukt dat de grenzen tussen overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen vervagen en dat er steeds meer sprake is van een netwerk van relaties waarbij elke helix de rol van de ander kan overnemen of aanvullen. Het model wordt vaak gebruikt als een raamwerk voor beleidsmakers om regionale of nationale innovatiesystemen te analyseren en te ontwikkelen.
Zie bijv. Bregman 1990, p. 5 die PPS omschrijft als ‘juridisch gestructureerde samenwerking tussen overheid en private partijen op het terrein van bouw in brede zin’. In later werk is deze definitie aangepast tot ‘Juridisch gestructureerde samenwerking tussen overheid en private partijen bij de ruimtelijke inrichting en haar exploitatie, anders dan vanuit de traditionele rollen van overheid en private partijen’ (Bregman & De Win 2005, p. 6). Wolting 2006 omschrijft PPS als ‘een samenwerkingsverband waarbij publieke en private partijen, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, een project realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling’. Ook Knibbe 2002, p. 12 merkt op dat het lastig is een eenduidige afbakening van het begrip PPS te geven en noemt verschillende definities.
Sanders & Heldeweg 2012, p. 42. De aanpassing is dat Sanders & Heldeweg in hun definitie uitsluitend spraken over spraken tussen één of meer overheden en één of meer privaatrechtelijke rechtspersonen, terwijl dit mijns inziens het onderscheid tussen non-profitorganisaties en profit-organisaties niet scherp genoeg afbakend en geen rekening houdend met PPS-vormen waarin privaatrechtelijke non-profitorganisaties zijn betrokken, zoals zorg- en onderwijsinstellingen.
Sanders & Heldeweg 2012, p. 42.
United Nations Economic Commission for Europe 2008.
Naast samenwerkingsverbanden die worden gevormd tussen non-profitorganisaties, doet zich het verschijnsel voor dat non-profitorganisaties samenwerken met organisaties in de profitsector. Deze samenwerking wordt aangeduid als PPS. Het doel van PPS is om door de samenwerking tussen non-profitorganisaties en private partijen (maatschappelijke) meerwaarde te genereren, door enerzijds te zorgen voor een borging van de publieke belangen en anderzijds ruimte te geven aan het particulier initiatief.1 In de praktijk wordt bij PPS vooral gedacht aan het realiseren van infrastructurele werken, zoals de aanleg van wegen, bruggen en tunnels. Maar ook de ontwikkeling van een industriegebied of de bouw van een ziekenhuis of onderwijshuisvesting kunnen als een PPS-project worden uitgevoerd.2 Deze samenwerkingen zijn veelal gericht op de realisatie van één specifiek project. Een PPS kan echter ook een meer structureel karakter hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer publieke en private partijen besluiten risico's, kosten en baten te verdelen om maatschappelijke opgaven te realiseren. Een voorbeeld hiervan is het stimuleren van het woon-, werk- en leefklimaat in een bepaalde regio. Een bekend voorbeeld van een dergelijke PPS is Brainport Eindhoven, waarin overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen zich hebben verenigd om projecten te realiseren die het regionale innovatie-ecosysteem versterken.3
PPS is een veelzijdig begrip, waarvan meerdere definities in omloop zijn in de literatuur.4 Voor dit onderzoek heb ik mijn definitie ontleend aan werk van Sanders & Heldeweg5. Op deze definitie heb ik een kleine aanpassing toegepast, rekening houdend met de in de vorige paragraaf opgenomen definitie van het begrip non-profitorganisatie. Onder PPS versta ik een samenwerkingsverband tussen één of meer non-profitorganisaties en één of meer profitorganisaties dat zich richt op het ontwikkelen en (doen) uitvoeren van een gezamenlijke strategie voor het bevorderen van een maatschappelijk belang.6 Deze definitie sluit naar mijn mening het beste aan bij de specifieke ontwikkelingen in de Nederlandse maatschappij, waarin non-profitorganisaties en profitorganisaties een PPS in toenemende mate gebruiken om kosten en baten te verdelen, maar ook om duurzame vooruitgang te realiseren op belangrijke maatschappelijke thema's zoals duurzaamheid en kansengelijkheid. Dit uitgangspunt is onder meer onderschreven in een rapport van de Verenigde Naties, waarin wordt geïllustreerd hoe een PPS kan bijdragen aan de realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals; SDG’s).7