Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.1
2.1.1 Heffing bij wege van aanslag
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362930:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie: artikel 9.1, eerste lid, van de Wet IB 2001, artikel 24, eerste lid, van de Wet Vpb 1969 en artikel 37, eerste lid, van de SW 1956.
Artikel 11, eerste lid, van de AWR.
Artikel 6, eerste lid, van de AWR.
Artikel 8, eerste lid, van de AWR. Blijkens de19e halfjaarsrapportage 2017, p. 49 zijn ondernemers verplicht digitaal aangifte te doen en particulieren niet. Alhoewel particulieren de mogelijkheid hebben aangifte op papier te doen, doet ook zeker 97% van de particulieren digitaal aangifte.
Roose 2019, p. 37.
Artikel 11, tweede lid, van de AWR.
Artikelen 13 en 14 van de AWR.
Artikel 16, eerste lid, van de AWR.
Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Van een rechtshandeling is sprake in geval een handeling rechtsgevolg beoogt. Een rechtsgevolg is het gevolg met betrekking tot de rechtspositie van een (rechts)persoon dat het recht verbindt aan een bepaald rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden.
Kamerstukken II, 1988/89, 21 221, nr. 3, MvT, onder artikel 1.3, p. 36.
Artikel 1:3, tweede lid, van de Awb).
Nederland kent twee methoden voor het formaliseren van de materiële belastingschuld. In deze paragraaf wordt de heffing bij wege van aanslag besproken. Deze belastingen worden aanslagbelastingen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de erfbelasting.1 Bij een aanslagbelasting stelt de inspecteur de belastingschuld vast.2 Hij doet dit meestal aan de hand van een door de belastingplichtige gedane aangifte. Dit laat onverlet dat bij een aanslagbelasting het initiatief bij de inspecteur ligt en het is de inspecteur die degene, die vermoedelijk belastingplichtig is, dient uit te nodigen tot het doen van aangifte.3 De uitnodiging tot het doen van aangifte vermeldt op welke wijze de belastingplichtige de aangifte moet doen.4 Een belastingplichtige, die niet door de inspecteur is uitgenodigd aangifte te doen, is verplicht de inspecteur te verzoeken hem uit te nodigen.5 Door de aangifte beschikt de inspecteur over de benodigde gegevens om de materiële belastingschuld te bepalen en kan vervolgens de aanslag vaststellen. De aangifte neemt een belangrijke plek in, omdat het over het algemeen de belastingplichtige is die de feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het bepalen van de belastingschuld het beste kent en dit via de aangifte aan de inspecteur kan meedelen.6 De inspecteur is echter niet verplicht de aangifte te volgen.7 De aangifte is daarmee voor een aanslagbelasting een hulpmiddel voor het vaststellen van de aanslag.
Bij een aanslagbelasting kan de inspecteur voorafgaande aan de vaststelling van de aanslag een voorlopige aanslag opleggen.8 De belasting, die door middel van een voorlopige aanslag wordt geheven, wordt met de (definitieve) aanslag verrekend. Als blijkt dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur onder bepaalde voorwaarden, de te weinig geheven belasting navorderen.9 Hiervoor moet sprake zijn van enig feit dat grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel, dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.
Voor het onderzoek is van belang wanneer sprake is van een besluit. In de Awb is een besluit gedefinieerd als een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.10 Blijkens de Memorie van Toelichting moet om aan de definitie van een besluit te voldoen het besluit uit een schriftelijk stuk kenbaar zijn.11 De wetgever was van mening dat van een bestuursorgaan in zijn algemeenheid een schriftelijke vastlegging van een besluit mag worden verlangd. Van een beschikking is sprake als het besluit niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.12 Gelet op het vorenstaande is de aanslag die de inspecteur vaststelt in de aanslagbelastingen een besluit en beschikking in de zin van de Awb. Deze definities van besluit en beschikking zijn van toepassing op het gehele bestuursrecht, waaronder het belastingrecht. Ook een voorlopige aanslag en een navorderingsaanslag zijn besluiten in de zin van de Awb.