Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.1.7
7.1.7 Stappenplan art. 4:35 BW
mr. drs. M.R. Beuker, datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685848:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De kosten voor een kind kunnen invloed hebben op de behoefte van de langstlevende echtgenoot aan een verzorgingsvruchtgebruik, zie voor de invloed van kosten voor het kind op deze verzorgingsvruchtgebruiken het stappenplan voor art. 4:29 BW in hoofdstuk 6.3.7, en het stappenplan voor art. 4:30 BW in hoofdstuk 6.4.7.
Dat is het geval als de langstlevende echtgenoot daar behoefte aan heeft. Er bestaat sowieso behoefte aan zo’n vruchtgebruik voor zover de erflater de langstlevende niet nalaat wat nodig is om het aandeel van die erflater in de kosten voor het kind bij te dragen. Zie voor de berekening van de behoefte van de langstlevende echtgenoot hoofdstuk 6.3.7.1.
De verkrijging van de echtgenoot of erfgenaam vermindert de behoefte aan een som ineens. Dit geldt ook voor de behoefte aan het verzorgingsvruchtgebruik ex art. 4:29 BW of art. 4:30 BW waarbij immers ook de plicht om te zorgen voor het kind meetelt (zie hoofdstuk 6.3.6). De erfrechtelijke verkrijging komt in mindering op de omvang van de som ineens zoals berekend in stap 4. Deze berekeningsmethode legt het risico dat de echtgenoot of andere onderhoudsplichtige de verzorging niet meer kan betalen bij het kind, maar garandeert in elk geval dat de echtgenoot of andere onderhoudsplichtige wel ontving hetgeen de erflater op grond van zijn draagkracht had moeten betalen. Hierin zit een afweging tussen de belangen van de familiesfeer (niet te veel ingrijpen door dwingende aanspraken in situaties waarin geen groot gevaar bestaat) en de risico’s voor het kind op niet-nakoming van de verzorgingsplicht door de overlevende onderhoudsplichtigen.
Door het met een brief inroepen van de som ineens wordt de verjaringstermijn gestuit en begint een nieuwe verjaringstermijn van een jaar te lopen, art. 3:319 BW. Zie Hof Arnhem 1 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8746 over verjaring bij de som ineens ex art. 4:36 BW.
Hieronder staat het stappenplan voor art. 4:35 BW. Met behulp van dit stappenplan kan vastgesteld worden in hoeverre iemand recht heeft op deze som ineens.
Omdat de kosten voor verzorging, opvoeding, levensonderhoud en studie ook deels van belang kunnen zijn voor toepassing van andere stappenplannen, zijn deze behoefteberekeningen als aparte bijlagen toegevoegd aan dit stappenplan. Deze behoefteberekeningen staan in hoofdstuk 7.1.7.1 en hoofdstuk 7.1.7.2.1
Stap 1: Is er een langstlevende echtgenoot die gehouden is om in de kosten van het kind te voorzien?
Ja, er bestaat dan geen recht op de som ineens, zie art. 4:35 lid 2. Wel kan de langstlevende echtgenoot wellicht aanspraak maken op een verzorgingsvruchtgebruik ex art. 4:29 BW en/of art. 4:30 BW.2
Nee, zie stap 2.
Stap 2: Is de claimant op het moment van inroepen van het recht jonger dan 21 jaar?
Ja, zie stap 3.
Nee. In dit geval bestaat geen recht op de som ineens ex art. 4:35 BW.
Stap 3: Is de erflater een ouder van de claimant? Of is de erflater verwekker van de claimant die slechts een moeder heeft of heeft de erflater als levensgezel van de moeder ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad?
Ja, zie stap 4.
Nee. In dit geval bestaat geen recht op de som ineens ex art. 4:35 BW.
Stap 4: Is de claimant op het moment van inroepen van het recht achttien jaar of ouder?
Ja, in dit geval bestaat geen recht op de som ineens voor verzorging en opvoeding. Mogelijk bestaat wel recht op een som ineens voor levensonderhoud en studie, zie stap 5.
Nee, de claimant is jonger dan achttien jaar. In dit geval bestaat mogelijk recht op een som voor verzorging en opvoeding (en op een som voor levensonderhoud en studie). Daarvoor moet eerst de behoefte worden bepaald. Het bepalen van de maandelijkse behoefte voor verzorging en opvoeding tot de leeftijd van achttien jaar gaat op de manier zoals beschreven in de bijlage in hoofdstuk 7.1.7.1. Voor de som voor levensonderhoud en studie, zie stap 5.
Stap 5: Hoeveel is de maandelijkse behoefte aan levensonderhoud en studie gedurende de periode dat recht bestaat op deze aanspraak? Het bepalen van maandelijkse behoefte voor levensonderhoud en studie tot de leeftijd van eenentwintig jaar gaat op basis van de bijlage in hoofdstuk 7.1.7.2.
Stap 6: Hoeveel bedraagt de contante waarde van de maandelijkse behoefte? Vermenigvuldig de maandelijkse behoefte van de somgerechtigde met het aantal maanden waarin behoefte bestaat aan de som ineens.
Stap 7: Verkreeg een andere persoon dan de langstlevende echtgenoot die onderhoudsplichtig is jegens het kind iets krachtens erfrecht van de erflater?
Ja, verminder het resultaat van stap 5 met de verkrijging door de echtgenoot of onderhoudsplichtige.3
Nee, zie stap 8.
Stap 8: Verkreeg de claimant iets van de erflater krachtens erfrecht of krachtens een sommenverzekering die door het overlijden van de erflater tot uitkering komt? Of had de claimant iets kunnen verkrijgen?
Ja, verminder het laatst verkregen resultaat van stap 6 of 5 met hetgeen de claimant verkreeg of had kunnen verkrijgen.
Nee, zie stap 9.
Stap 9: Overstijgen de sommen ineens tezamen de waarde van de helft van de nalatenschap? Om dit vast te stellen dienen alle sommen ineens (zowel ex art. 4:35 BW als ex art. 4:36 BW) opgeteld te worden. Deze waarde wordt vergeleken met de helft van de waarde van de nalatenschap.
Ja, verminder het laatst verkregen resultaat van stap 8, 7 of 6 zodanig dat de sommen ineens naar evenredigheid worden verminderd. Dit gaat als volgt. Waarde van de halve nalatenschap / de waarde alle sommen ineens tezamen = X
De laatst verkregen waarde uit vraag 8, 7 of 6 vermenigvuldigd met X = waarde som ineens in dit concrete geval.
Nee. In dit geval staat de som ineens gelijk aan het laatst verkregen resultaat uit vraag 8, 7 of 6.
De claimant dient rekening te houden met de opeisbaarheid en met verval- en verjaringstermijnen. De aanspraak is pas zes maanden na overlijden van de erflater opeisbaar. De som ineens vervalt negen maanden na overlijden van de erflater (of binnen een gestelde redelijke termijn). De rechtsvordering verjaart een jaar na overlijden van de erflater.4
De som ineens wordt voldaan uit de volgende goederen:
Het gedeelte van de nalatenschap waarover niet bij uiterste wilsbeschikking is beschikt.
De makingen en wel in de volgorde zoals aangegeven door de erflater bij uiterste wil.
Bij ontbreken van een uiterste wil: eerst de makingen die niet zijn te beschouwen als voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Deze inkorting geschiedt gelijkelijk naar evenredigheid van de waarde van de makingen.
De makingen die wel zijn te beschouwen als voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Deze inkorting geschiedt gelijkelijk naar evenredigheid van de waarde van de makingen.
7.1.7.1 Bijlage: behoefteberekening voor de som ineens voor verzorging en opvoeding7.1.7.2 Bijlage: behoefteberekening t.b.v. som voor levensonderhoud en studie