Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.4.2
3.4.2 Meerdere gelijktijdige gedragingen
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284514:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6:99 BW spreekt overigens van een ‘gebeurtenis’ waarvoor aansprakelijkheid bestaat. Die keuze hangt ermee samen dat art. 6:99 BW onderdeel vormt van afdeling 6:1.10 die zowel ziet op schadevergoedingsverplichtingen uit wanprestatie als uit onrechtmatige daad. Omdat wanprestatie in dit onderzoek geen rol speelt, spitst de terminologie zich meteen toe op de onrechtmatige gedraging.
Overigens is het toepassingsbereik van art. 6:99 BW ruimer dan mijn voorbeeld. Voldoende is dat sprake is van twee of meer gebeurtenissen en een van de gebeurtenissen de schade kan hebben veroorzaakt. Voldoende is dus dat de schade door meerdere gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden kan zijn veroorzaakt, maar niet meer kan worden vastgesteld welke gebeurtenis. Zie HR 17 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2247, NJ 1997/230 (Moerman/Bakker). Zie hierover verder Tjong Tjin Tai 2018, p. 239.
77. Soms is sprake van meerdere gelijktijdige (onrechtmatige) gedragingen die ieder voor zich de gehele schade zouden hebben kunnen veroorzaken. Door de focus van het civiele recht op het verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade, in plaats van op de vraag welke voorwaarden geleid hebben tot de aangetroffen toestand, leidt deze situatie tot een juridisch causaliteitsprobleem. Stel bijvoorbeeld dat twee personen ieder voor zich een blok beton naast elkaar op een kartbaan hebben geplaatst en de wedstrijddeelnemer tegelijk tegen beide aanbotst. De civilist ziet zich dan gesteld voor een csqn-probleem, omdat de schade ook zou zijn ontstaan als er één van die onrechtmatige gedragingen weggedacht wordt – er blijft dan immers steeds nog een blok beton over. De empiricus zal daar niet zo ingewikkeld over doen: hij zal zeggen dat de aanwezigheid van ten minste één betonblok (of nog makkelijker: allebei) een voorwaarde is voor het ongeval.
78. Algemeen wordt aangenomen dat er in deze gevallen ondanks het civielrechtelijke csqn-probleem (hoofdelijke) aansprakelijkheid bestaat.1 De wet regelt deze hoofdelijke aansprakelijkheid voor dit type geval in art. 6:99 BW: staat vast dat de schade ten minste door één van de onrechtmatige gedragingen2 is ontstaan, dan zijn beide hoofdelijk aansprakelijk.3 Een laedens kan nog wel aan aansprakelijkheid ontkomen als deze kan bewijzen dat de schade toch niet is veroorzaakt door diens onrechtmatige handelen. Deze regeling van art. 6:99 BW is begrijpelijk. Het staat immers vast dat steeds in ieder geval één van de aansprakelijke personen de schade heeft veroorzaakt. Het spreekt dan niet aan dat beiden aan aansprakelijkheid zouden kunnen ontsnappen doordat zij naar elkaar kunnen wijzen als gevolg van de focus op het csqn-verband tussen de onrechtmatige gedraging van ieder van hen en de schade.