Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/5.3.6:5.3.6 Restaansprakelijkheid
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/5.3.6
5.3.6 Restaansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85626:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In onze wetgeving is het mogelijk de 403-aansprakelijkstelling op elk moment in te trekken, al dan niet met verbreking van de groepsband met de rechtspersoon. Doordat op elk moment intrekking mogelijk is, kan er anders dan in de unitaire regeling onduidelijkheid ontstaan over het gebruik van het groepsregime voor een boekjaar. In de unitaire regeling houdt het gebruik van de vrijstelling op zodra over een volgend boekjaar de jaarrekening van de rechtspersoon weer openbaar wordt gemaakt. De gestelde garantie voor het vrijgestelde jaar geldt voor alle tot die openbaarmaking aangegane verplichtingen. In onze wetgeving is dit omgedraaid. Door de intrekking van de 403-aansprakelijkstelling kan van de regeling geen gebruik worden gemaakt. Dit brengt weer onduidelijkheid mee over het boekjaar met ingang waarvan van het groepsregime geen gebruik meer kan worden gemaakt. Hierop ga ik in hoofdstuk 7 nader in.
Als de 403-aansprakelijkstelling is ingetrokken, betekent dit niet anders dan dat de gestelde aansprakelijkheid voor de schulden uit rechtshandelingen die zijn verricht nadat de intrekking werkt, buiten het dekkingsbereik van de eerder afgegeven 403-verklaring vallen. De aansprakelijkheid voor de schulden uit de tot dat moment aangegane rechtshandelingen met inachtneming van het bepaalde in de 403-verklaring blijft ten opzichte van een schuldeiser voor diens uit een rechtshandeling met de groepsrechtspersoon voortvloeiende vordering bestaan. De maatschappij die de verklaring heeft ingetrokken, is gehouden deze resterende aansprakelijkheid op te nemen in de informatie over waarborgverplichtingen uit hoofde van art. 2:376 BW (zie ook paragraaf 5.3.5). De resterende hoofdelijke aansprakelijkheid tegenover de schuldeiser met aanspraken hierop kan zolang de groepsband bestaat, niet worden beëindigd (behoudens verjaring). Dit sluit aan op de unitaire regeling.
Niettemin kan onder bepaalde voorwaarden deze restaansprakelijkheid worden beëindigd. Ik kom hierop terug in paragraaf 7.4. Hierop vooruitlopend merk ik op dat deze beëindigingsregeling in de EU richtlijn jaarrekeningen niet voorkomt en dat de waarborgen in die regeling niet van dien aard zijn dat zij voor schuldeisers gelijkwaardig zijn aan de garantstelling in de richtlijn.