Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/5.5.3.1:5.5.3.1 Een nieuwe vorm van besloten kapitaalvennootschap?
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/5.5.3.1
5.5.3.1 Een nieuwe vorm van besloten kapitaalvennootschap?
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395569:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks de flexibelere regelingen voor een besloten kapitaalvennootschap konden er volgens sommige critici veel argumenten aangedragen worden om deze vorm uit de algemene wetgeving voor kapitaalvennootschappen te halen en een eigen specifieke wetgeving te geven.1 De voordelen van een aparte rechtsvorm met beperkte aansprakelijkheid, anders dan onder de kapitaal-vennootschapswetgeving, liggen voornamelijk op het gebied van een versimpelde bestuursstructuur.2 Wetgeving op basis van een eenheid van eigenaarsbelangen en bestuur zou derhalve ontwikkeld moeten worden. In 1973 publiceerde de overheid een white paper waarin de mogelijke behoefte aan de ontwikkeling van een nieuwe kapitaalvennootschapsvorm voor het MKB onder de aandacht werd bracht.3 In 1981 werd een green paper gepubliceerd genaamd 'A New Form of Incorporation for Small Firms' en in 1994 publiceerde het DTI het rapport: 'Company Law Review: The Law applicable to Private Companies: A Consultative Document'. Maar geen van deze publicaties leidde tot de ontwikkeling van een nieuwe rechtsvorm. In 2001 publiceerde de Company Law Review Steering Group (`CLRSG') haar finale rapport over de herziening van het kapitaalvennootschapsrecht. Hierin wees zij een introductie van een aparte rechtsvorm af. De CLRSG adviseerde dat kleine vennootschappen nog steeds opgericht moesten worden onder de algemene kapitaalvennootschapswetgeving, maar dat deze wetgeving beter moest aansluiten aan de behoeften van de kleine vennootschappen. Het belangrijkste argument tegen een nieuwe rechtsvorm was dat een eventuele nieuwe vorm voor kleine vennootschappen barrières zou kunnen opwerpen om door te groeien, doordat deze vennootschappen zich bij groei opnieuw zouden moeten incorporeren om een efficiënte bestuursstructuur te kunnen blijven behouden.4 Eén van de pijlers van de herziening van het vennootschapsrecht was het faciliteren van de groei van deze kleine vennootschappen gedurende de hele levenscyclus. Reïncorporatie paste daar volgens de CLRSG niet in.