Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/6.3.3
6.3.3 Taak en nut
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708306:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Galen, TvI 2000, afl. 7.
Van der Feltz II 1896, p. 20.
Van der Feltz II 1896, p. 24. Zie ook Wessels Insolventierecht IV 2020/4268 en 4269. Zie in de rechtspraak bijvoorbeeld Rechtbank Zutphen 4 maart 2005, ECLI:NL:RBZUT:2005:AT0253.
Windt & Hummelen 2015, p. 301-311, par. 2. De curatoren van Imtech voerden dit ook aan als argument tegen de instelling van een voorlopige commissie. Zie Rechtbank Rotterdam 18 december 2015, JOR 2016/80 (Imtech), r.o. 3.2. De rechtbank was het hier overigens niet mee eens. In r.o. 4.5 overwoog zij: ‘Uit een oogpunt van kostenbesparing en voortvarende afwikkeling van de boedel komt gebruikmaking van de reeds beschikbare kennis van schuldeisers in plaats van het aanstellen van externe deskundigen als uitgangspunt redelijk voor.’
In het faillissement van ECP was dit ook een belangrijke grond voor het instellen van een voorlopige commissie. Zie Rechtbank Rotterdam 11 december 2020, JOR 2021/99 (ECP), m.nt. Hummelen. Zie ook par. 5 van de annotatie van J.M. Hummelen onder de uitspraak. Hummelen wijst erop dat het boedelsaldo slechts ongeveer 10.000 euro bedraagt. Dat is sinds de publicatie van die annotatie nauwelijks veranderd. Volgens het financiële verslag van 17 augustus 2022 (geraadpleegd op 3 oktober 2022 via het CIR op www.rechtspraak.nl) bedraagt het saldo van de boedelrekening € 10.422,37, na betaling van faillissementskosten ter hoogte van iets meer dan duizend euro. Het boedeltekort in het faillissement bedraagt ongeveer 16,7 miljoen euro.
Santen & Castaño Ortiz, TvI 2015/8.
Zie bijvoorbeeld de annotatie van J.M. Hummelen onder Rechtbank Amsterdam 3 maart 2021, JOR 2021/189 (Conservatrix), par. 2 en Windt & Hummelen 2015, par. 3.
Zie naast de hiervoor genoemde bronnen bijvoorbeeld ook de annotatie van J.J. van Hees onder HR 6 juni 2014, JOR 2014/280 (SNS Property Finance), par. 3 en Lintel & Roffel, TvI 2017/42. Van den Bos zegt in dat interview over de commissie: ‘Je hebt daardoor het gevoel contact te hebben met de achterban.’
Rechtbank Noord-Holland 22 april 2021, JOR 2021/222 (D-reizen).
Van der Feltz II 1896, p. 29.
Gispen & Van Gangelen 2008, p. 511.
Zie, naast de hierna te noemen bronnen, bijvoorbeeld Pannevis 2019, nr. 524; Windt & Hummelen 2015, p. 302 en Santen & Castaño Ortiz, TvI 2015/8. Zie ook de conclusie van A-G Wuisman voor HR 30 november 2007, JOR 2008/59 (LG Philips Displays), par. 4.13.
Van Galen, TvI 2000, afl. 7.
Van der Feltz II 1896, p. 8 en 9. Zie ook paragraaf 5.2.1.
Een taakomschrijving van de schuldeiserscommissie ontbreekt in de Faillissementswet.1 De taak van de commissie moet daarom, mede op basis van de wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie, worden afgeleid uit de bevoegdheden en plichten van de commissie. Hetzelfde geldt voor het nut van de commissie. In het algemeen is de schuldeisercommissie in de wet opgenomen om schuldeisers meer ‘te kennen’ in het beheer en de vereffening van de boedel,2 maar dat nut kan nader worden gespecificeerd.
De schuldeiserscommissie heeft in de eerste plaats een adviserende taak. Door zich van die taak te kwijten, kan de commissie de curator voorzien van technische en commerciële kennis.3 In grote faillissementen met een volle boedel hebben curatoren wellicht minder behoefte aan de technische en commerciële kennis van leden van de schuldeiserscommissie en schakelen zij bij voorkeur experts in,4 maar in complexe faillissementen met een beperkte boedel kan de commissie de curator op deze manier wel degelijk bijstaan.5 De commissie kan de curator ook snel van informatie voorzien die relevant is voor de afwikkeling van het faillissement.6 Het overleg met en advies van de commissie zorgt daarnaast voor betere besluitvorming, omdat de curator een voorgenomen besluit goed moet motiveren en documenteren en het advies van de commissie kan gebruiken om, indien nodig, tot een beter definitief besluit te komen.7 In het verlengde daarvan zorgt een positief advies van de commissie voor meer draagvlak onder de schuldeisers.8 In het faillissement van D-reizen was een reden om een schuldeiserscommissie in te stellen dan ook expliciet dat een commissie kan ‘bijdragen aan het vertrouwen van de schuldeisers waarop de faillissementen [van de groepsvennootschappen] worden afgewikkeld.’ De rechtbank achtte dit van belang omdat aan de concurrente schuldeisers vermoedelijk geen uitkering kon worden gedaan.9
Ter discussie staat of de schuldeiserscommissie ook een controlerende of toezichthoudende taak heeft. Volgens de memorie van toelichting bestaat de taak van de commissie uit het geven van advies en niet ook uit het uitoefenen van controle.10 In de recentere literatuur wordt deze stelling een enkele keer onderschreven.11 De meeste auteurs menen echter dat de schuldeiserscommissie ook een toezichthoudende taak heeft.12 Dat zou onder meer volgen uit de ruime informatiebevoegdheden van de commissie,13 uit de bevoegdheid te verzoeken tot het ontslag van de curator14 en uit de bevoegdheid een artikel 69-verzoek in te dienen.15 Het doel van artikel 69 Fw is immers expliciet om de curator onder de voortdurende controle te stellen van hen in wier belang hij is aangesteld.16 De controlerende of toezichthoudende taak van de commissie wordt ook bevestigd door de minister. In de memorie van toelichting bij de WMF staat expliciet dat de commissie als taak heeft ‘de curator van advies te voorzien en hem te controleren’.17 In de nota naar aanleiding van het verslag staat dat de commissie ‘toezicht [houdt] op het werk van de curator’.18 Uit dit alles volgt mijns inziens dat de commissie wel degelijk een toezichthoudende taak heeft.