Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2.3:9.7.2.2.3 Van Achter: dialogische opvoeding
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2.3
9.7.2.2.3 Van Achter: dialogische opvoeding
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977430:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van Achter heeft geschreven over de doelen van een dialogale opvoeding, welke een horizontale relatie van ouders en kinderen beschrijft.1 Langevelds opvoeding die zich kenmerkt door zelfverantwoordelijke zelfbepaling van de opvoedeling beklemtoont, volgens Van Achter, ‘te zeer autonome zelf-heid, waardoor zelfheid-in-relatie niet aan bod komt’.2 Daarmee komt het sociale aspect bij Langeveld te laat in de opvoeding, ‘waardoor zijn personalistische visie op een individualistische opvatting neerkomt’.3 Diens opvoedingsdoel ziet Van Achter dan ook als ‘te eenzijdig door het ontbreken van de relatie van het autonome zelf aan het zelf-in-relatie’.4
Morele opvoeding belangrijker dan intellectuele
Van Achter ziet morele opvoeding als belangrijker dan de intellectuele opvoeding, immers ‘het streven naar het goede in én van de mens is het hoogste opvoedingsdoel’.5 Daarom moeten leerlingen morele ervaringen opdoen: ‘De wortel van de moraal ligt immers besloten in de relatie van mens tot mens en in het onderwijs in de dialogale relatie van leraar en leerling’.6 De vraag is of de morele dimensie in de pedagogische relatie door het kind wordt ervaren. Een ontwikkelingspedagogiek, zoals die mij voor ogen staat, is volgens Van Achter gericht op ‘de hulp aan kinderen bij het interpreteren en integreren van hun morele ervaringen’.7