Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/210
Oordeel dat verklaring deskundige ter zitting in eerste aanleg van 15 maart 2023 kan worden aangemerkt als nader advies en dat oplegging ISD-maatregel daarom mede kan worden gebaseerd op rapport van 7 december 22, is gelet op art. 38m lid 4 Sr onbegrijpelijk.
HR 21-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:83
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/00279
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:83, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1208, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑05‑2024
- Wetingang
Art. 38m lid 4 Sr
Essentie
Het oordeel van het hof, dat de verklaring van de deskundige ter zitting in eerste aanleg van 15 maart 2023 dat zij aan haar advies niet zoveel heeft toe te voegen kan worden aangemerkt als een nader advies en dat de oplegging van de ISD-maatregel daarom mede kan worden gebaseerd op de inhoud van het rapport van 7 december 2022, is in het licht van de strekking van art. 38m lid 4 Sr dat het advies op recent onderzoek is gebaseerd niet begrijpelijk.
Samenvatting
De Hoge Raad stelt voorop dat als begin van de in art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.