Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/222
Woninginbraak, art. 311 lid 1 onder 5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Deelklacht dat resultaten van DNA-onderzoek waarop bewezenverklaring uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd niet zijn voorgehouden aan verdachte, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Deelklacht dat hof heeft nagelaten verdachte expliciet in de gelegenheid te stellen voor die resultaten een aannemelijke, ontzenuwende verklaring te geven, faalt eveneens, nu daarmee eis wordt gesteld die het recht niet kent. Volgt verwerping.
HR 21-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:2
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/01253
- Conclusie
plv.​ A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:2, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1147, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
Essentie
Woninginbraak, art. 311 lid 1 onder 5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Deelklacht dat resultaten van DNA-onderzoek waarop bewezenverklaring uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd niet zijn voorgehouden aan verdachte, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Deelklacht dat hof heeft nagelaten verdachte expliciet in de gelegenheid te stellen voor die resultaten een aannemelijke, ontzenuwende verklaring te geven, faalt eveneens, nu daarmee eis wordt gesteld die het recht niet kent. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01253
Datum 21 januari ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.