Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/202
Procesrecht. Ondernemingsrecht (geschillenregeling, art. 2:335 e.v. BW). Rechters- en radenwisseling ondernemingskamer; HR 20 maart 2020, NJ 2022/86.
HR 24-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:114
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
24/00695
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:114, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1231, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2024
- Wetingang
Art. 155 Rv
Essentie
Procesrecht. Ondernemingsrecht (geschillenregeling, art. 2:335 e.v. BW). Rechters- en radenwisseling ondernemingskamer; HR 20 maart 2020, NJ 2022/86.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt de regel uit zijn vaste rechtspraak over rechterswisseling (HR 20 maart 2020, NJ 2022/86, m.nt. H.J. Snijders). Deze regel geldt voor elke uitspraak waarin een rechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden voor het eerst door een andere rechter wordt vervangen, ook indien na de mondelinge behandeling al een of meer tussenuitspraken zijn gedaan. Deze regel is in zaken die door de ondernemingskamer worden behandeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.