Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/224
Deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a lid 1 Sr. Bewijsklacht. Kon hof redengevend voor bewijs achten dat verdachte de ideologie van organisatie doceerde, activiteiten verrichtte die specifiek salafistisch/jihadistisch karakter droegen en bovendien bijdroegen aan werven van leden voor organisatie, terwijl tot bewijs gebezigde verklaring van getuige-deskundige waaruit deze omstandigheden zouden volgen ‘niet vallen binnen wat zijn wetenschap en kennis hem leren en ook overigens zijn conclusies over deze omstandigheden niet worden gedragen door zijn bevindingen’? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 21-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:103
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02048
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:103, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1268, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2024
Essentie
Deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a lid 1 Sr. Bewijsklacht. Kon hof redengevend voor bewijs achten dat verdachte de ideologie van organisatie doceerde, activiteiten verrichtte die specifiek salafistisch/jihadistisch karakter droegen en bovendien bijdroegen aan werven van leden voor organisatie, terwijl tot bewijs gebezigde verklaring van getuige-deskundige waaruit deze omstandigheden zouden volgen ‘niet vallen binnen wat zijn wetenschap en kennis hem leren en ook overigens zijn conclusies over deze omstandigheden niet worden gedragen door zijn bevindingen’? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02048
Datum 21 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.