Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.4.1:11.4.1 Vraag I: Is de uitlating vertrouwenwekkend?
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.4.1
11.4.1 Vraag I: Is de uitlating vertrouwenwekkend?
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685398:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op alle drie van de in dit onderzoek centraal gestelde overheidsuitlatingen kan onder omstandigheden gerechtvaardigd worden vertrouwd in die zin dat een schending van daaraan ontleend vertrouwen rechtsgevolgen heeft.
Voor een bevoegdhedenovereenkomst geldt bij beide rechters dat de aanwezigheid daarvan gemakkelijk is aan te tonen, nu zij in de regel schriftelijk is vastgelegd, over haar inhoud goed is nagedacht en zij door de daartoe bevoegde personen is ondertekend. De bestuurs- en civielrechtelijke procedures over bevoegdhedenovereenkomsten gaan doorgaans vooral over de uitleg van die overeenkomst. Waartoe heeft de contracterende overheid zich verbonden en waarop kan een burger gerechtvaardigd vertrouwen?
Eenzijdige, (resultaat)gerichte toezeggingen zijn moeilijk aan te tonen. Dit komt door de wijze waarop deze uitlatingen plaatsvinden (vaak mondeling) en door hun inhoud. Een overheid zal – gelet op de wettelijke (materiële en procedurele) regels en algemene belangen waarmee zij rekening moet houden – niet snel een resultaatgerichte toezegging doen. Vaak is het zo dat een burger bijvoorbeeld wel een uitlating kan aantonen, maar dat een nadere lezing van die uitlating leert dat geen sprake was van een resultaatgerichte toezegging. Dat staat zowel in het bestuurs- als civiele recht in de weg aan zijn recht op nakoming. 1
Voor onjuiste inlichtingen moet een benadeelde voor daaruit voortkomende overheidsaansprakelijkheid aantonen dat zij onjuist zijn gebleken en hij in de concrete omstandigheden van het geval op de inlichtingen mocht vertrouwen. Om op informatie te kunnen vertrouwen, hoeft zij niet noodzakelijkerwijs in een concrete situatie naar aanleiding van een specifiek gesprek te zijn verstrekt, maar als stelregel geldt wel dat eerder gerechtvaardigd kan worden vertrouwd op informatie die in een specifieke situatie aan een burger is verstrekt omdat dan eerder op de overheid een waarheidsplicht rust.2 Inlichtingen zijn vaak mondeling gegeven, in welk geval – net als bij eenzijdige toezeggingen – een burger een lastige bewijspositie heeft bij het aantonen van de inhoud van die uitlating. 3Inlichtingen worden in het bestuursrecht – zoals ik beargumenteer ten onrechte – minder principieel erkend als een mogelijke vertrouwenwekkende uitlating dan in het civiele recht.