Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.12:5.12 De door Van Veen voorgestelde regeling
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.12
5.12 De door Van Veen voorgestelde regeling
Documentgegevens:
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS439342:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uittreedregeling leidt zoals uit dit hoofdstuk blijkt tot vragen en onduidelijkheden. Dat is mede het gevolg van de complexiteit van de regeling. Ik heb via een voorstel voor een nieuwe tekst van artikel 333h getracht een aantal problemen op te lossen.1 De voorgestelde tekst ziet met name op het toepassingsbereik. Daarmee is nog geen wettelijke basis gelegd voor een koppeling van de schadeloosstelling aan de ruilverhouding. De Minister lijkt geen voorstander van die koppeling.2
Toch sta ik niet alleen in de visie dat een koppeling logisch is. Ik refereerde al aan Koppenol-Laforce.3 Nog een medestander is Van Veen.4 Hij heeft een voorstel gedaan voor een vergaande vereenvoudiging van de procedure voor de uittreed-regeling. Met zijn voorstel worden verschillende potentiële problemen bij voorbaat opgelost.
Van Veens voorstel bevat de volgende elementen:
De hoogte van de schadeloosstelling wordt voor goedkeuring van het fusievoorstel vastgesteld.
Er bestaat dus geen individueel recht op vaststelling van de uittreedvergoeding.
De prijsvaststelling geschiedt (vooraf) door een onafhankelijke deskundige.
Als uitgangspunt gelden dezelfde waarderingsmethoden en maatstaven die worden gehanteerd bij het vasttellen van de ruilverhouding.
Afwikkeling vindt plaats voor de fusie, dus door de verdwijnende vennootschap zelf.
Zijn voorstel past ook in de regeling van de Richtlijn GOF. Artikel 4 lid 2 geeft de ruimte aan een lidstaat zelf bepalingen vast te stellen met het oog op een passende bescherming van deelgerechtigden die zich als minderheid tegen de fusie hebben verzet.
Het voorstel kenmerkt zich door eenvoud en helderheid. In combinatie met mijn opmerkingen over het toepassingsbereik zou de regeling duidelijker worden, eenvoudiger worden en daardoor aantrekkelijker. Het in de voorgestelde regeling volledig ontbreken van een gang naar de rechter verhoogt wel de kans op strijd met artikel 6 EVRM. Ik verwijs naar § 5.9.1.