Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.5.6:7.5.6 Tussenconclusie
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.5.6
7.5.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS299227:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De diverse huidige kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen en zaken zijn niet enkel historisch maar ook dogmatisch afgeleid van een zorgplicht voor de persoon of zaak waarvoor men moet ‘instaan’.1 Binnen afd. 6.3.2 en 6.3.3 BW blijkt het aspect van zorg en zeggenschap soms een rol te spelen om de aansprakelijkheid te rechtvaardigen,2 maar vooral om als rechtvaardiging te dienen voor het aanwijzen van de aansprakelijke persoon. Kwalitatief aansprakelijk voor schade aangericht door zaken is steeds degene die geacht wordt in de beste positie te verkeren de aan die zaken verbonden risico’s te beïnvloeden. Bedoelde invloed omvat zowel het ‘opwekken’ of in de hand werken van gevaren als het met het oog daarop kunnen/moeten treffen van maatregelen om verwezenlijking daarvan te voorkomen. Ter bepaling van de kwalitatief aansprakelijke gaat het steeds om het aanwijzen van degene die de grootste mate van ‘verantwoordelijkheid’ draagt, degene die ‘hoofd- of eindverantwoordelijk’ is te achten, voor de schade die door de betreffende zaak is aangericht. Een ‘verantwoordelijkheid’ gebaseerd op zeggenschap, die berust op gerelateerdheid, nabijheid oftewel op de ‘sprekende band’ die een persoon met de in art. 6:173, 174, 175 en 179 bedoelde gevaarsobjecten heeft. Het fundament van een dergelijke redenering voor de kanaliseringsconstructie van art. 6:181 werd al gelegd met de plaatsbepaling in hoofdstuk 5: art. 6:170 heeft voor de juridisch-inhoudelijke toepassing van art. 6:181 als inspiratiebron te gelden, waaruit de prominente rol voor ‘zeggenschap’ binnen art. 6:181 reeds naar voren kwam.