Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.3.9
10.3.9 Stemmenkoop & Empty voting
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297721:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband onder meer: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 384; Brenninkmeijer 1973, p. 164-167; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 217.1.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 217.1; De Jongh 2014, p. 454; Raaijmakers 2007, p. 32.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 217.1. Zie voor een omschrijving van het leenproces en de juridische kwalificatie: Rosmalen 2008, p. 693-702.
Rosmalen 2008, p. 693.
Zie in dit verband onder meer: Van der Heijden/Van der Grinten 1992, nr. 217.1; Van der Ploeg 1961; Raaijmakers 2007, p. 32-33. Zie hiertegen: Maeijer 1976, p. 103.
Desalniettemin zal het ook onder deze omstandigheden afhangen van de feitelijke macht die wordt verkregen. Nogmaals, wanneer een vennootschap 1000 gewone aandelen heeft uitgegeven en een aandeelhouder één aandeel houdt en vervolgens één stem koopt, zal de verhoging van de verantwoordelijkheid van de aandeelhouder miniem zijn. Wanneer de aandeelhouder 100 aandelen houdt en er nog eens 401 inkoopt of leent voor een bepaalde algemene vergadering van aandeelhouders, zal de verhoging van de verantwoordelijkheid van de aandeelhouder substantieel zijn.
In zijn algemeenheid wordt aangenomen dat het ‘kopen’ en ‘verkopen’ van stemmen ongeoorloofd is.1 De aandeelhouder kan zich niet verbinden zijn stemrecht op een bepaalde wijze uit te oefenen tegen een vergoeding. Anders gezegd, dispositie over het stemrecht mag niet dienen om inkomsten te werven.2 Ook ‘empty voting’, het door middel van het ‘lenen’ van aandelen gebruik maken van de stemrechten, is naar algemeen wordt aangenomen niet aanvaardbaar.3 Hierbij doet zich in feite een situatie voor waarbij de stemgerechtigde geen onderliggend economisch belang (alsook risico) bij het aandeel heeft.4
Desalniettemin wordt door een aantal auteurs aangenomen dat het kopen van stemmen onder omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn.5 Mocht worden aangenomen dat, zoals Van der Ploeg en Van der Grinten betogen, onder omstandigheden het kopen van stemmen geoorloofd is (of dat over het algemeen moet worden aangenomen dat het kopen van stemmen en/of empty voting geoorloofd is), dan moet ook in die situatie worden aangenomen dat de aandeelhouder meer macht toekomt dan op grond van zijn aandelenbelang (en het soort aandelen) kan worden geconstateerd.6 Deze aanvullende macht van de aandeelhouder heeft, evenals bij de hierboven genoemde omstandigheden, tot gevolg dat de aandeelhouder in verdergaande mate rekening dient te houden met het vennootschappelijk belang. Betoogd kan bovendien worden dat ook de degene die zijn aandelen ‘uitleent’, rekening moet houden met de intenties van de ‘lener’.