Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.6.3
6.6.3 Proceskostenveroordeling
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS595517:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast zijn er soms nog materieelrechtelijke aanspraken op kostenvergoedingen mogelijk, maar die betreffen preprocessuele of buitengerechtelijke kosten. Het voert in dit kader te ver om daar nader op in te gaan. Zie Zöller Zivilprozessordnung, p. 365.
Met uitzondering van een correspondentieadvocaat, mits die noodzakelijk is. Zie landenrapport (Oxford; practitioners; Molitoris) Duitsland, p. 30-31.
Zie art. 103 e.v. ZPO. Jackson vergelijkt de Rechtspfleger met de Engelse costs officer, zie Jackson 2009, p. 559.
Art. 92 ZPO.
Zie Zöller Zivilprozessordnung 2009, p. 424-425, met betrekking tot wat onder 'aanleiding geven tot' en ' meteen erkennen' wordt verstaan.
Zöller Zivilprozessordnung 2009, p. 439.
Zöller Zivilprozessordnung 2009, p. 439.
Conform artikel 91 lid 1 van de Zivilprozessordnung (ZPO) betaalt de verliezer de proceskosten van de winnaar, voor zo ver die kosten notwendig zijn.1 Die noodzakelijkheidseis brengt dus toch enige discretionaire ruimte met zich mee, al is die beperkt, want lid 2 bepaalt dat de advocatenkosten conform de RVG altijd noodzakelijk zijn. De griffierechten en advocatenkosten binnen de kostenveroor-deling worden bepaald door dezelfde tariefschalen (GKG en RVG) als hierboven genoemd. In de gevallen waarin één partij volledig in het gelijk is gesteld, is er in beginsel dus sprake van een volledige kostenveroordeling in de werkelijk gemaakte kosten, behalve daar waar advocaat en cliënt een hoger bedrag hebben afgesproken dan het bedrag dat uit de tariefschaal volgt. Die verhoging is niet voor vergoeding vatbaar, nu de kostenveroordeling strak aan de hand van de tariefschaal wordt bepaald. Het vereiste van notwendigkeit geeft rechters dus nog steeds weinig ruimte, omdat de griffierechten en de advocatenkosten conform de tariefschalen altijd notwendig zijn. Andersom zijn de kosten die boven die tariefschalen uitgaan en de kosten van extra advocaten per cliënt nooit notwen-dig.2 De Duitse rechter heeft qua advocatenkosten en griffierechten dus feitelijk geen beslissingsruimte, waardoor de noodzakelijkheidstoets vooral van belang is voor kleinere kostenposten, zoals de reiskosten.
De rechter bepaalt in zijn eindvonnis wie in de kosten veroordeeld wordt (art. 308 lid 2 ZPO), maar bij geschillen over de berekening van de kosten volgt een speciale procedure bij de Rechtspfleger, een functie die gerechten in Nederland niet kennen en die qua positie tussen de Nederlandse rechter en de griffier in zou staan.3
Bij gedeeld gelijk wordt er gecompenseerd of worden de kosten proportioneel aan de mate van gelijk tussen partijen gealloceerd.4 In artikel 93 ZPO is bepaald dat de eiser in de kosten wordt veroordeeld als de gedaagde meteen de eis erkent en deze met diens gedrag geen aanleiding had gegeven tot de vordering.5 Dat is een uitzondering op de regel dat de verliezer betaalt, waarbij ook (pre-)processueel gedrag meeweegt.
Een andere belangrijke uitzondering waarbij gedrag toch meeweegt staat in artikel 95 ZPO:
‘ Die Partei, die einen Termin oder eine Frist versaumt oder die Verlegung eines Termins, die Vertagung einer Verhandlung, die Anberaumung eines Termins zur Fortsetzung der Verhandlung oder die Verlangerung einer Frist durch ihr Verschulden veranlasst, hat die dadurch verursachten Kosten zu tragen.'
Vertragingen door het missen van termijnen of verwijtbare niet-verschijningen ter zitting leiden dus tot kostenconsequenties, al is de Duitse rechter daarbij terughoudend. De zorgvuldigheid die in een proces in acht genomen moet worden is de open norm die daarbij als maatstaf geldt.6
Hetzelfde geldt voor nodeloze 'Angriffs- oder Verteidigungsmittel',die krachtens artikel 96 ZPO voor rekening komen van de partij die ze ingediend heeft, zelfs als die de hoofdzaak wint. Het begrip is vrij ruim, nu niet alleen gronden voor eis en verweer daaronder vallen, maar bijvoorbeeld ook bewijsmiddelen en (falende) incidenten zoals ter zekerheidstelling van proceskosten.7
Artikel 97 lid 2 ZPO bepaalt dat de winnaar in hoger beroep geheel of deels in de kosten kan worden veroordeeld, wanneer hij wint op grond van nieuwe argumenten die ook in eerste instantie al naar voren gebracht hadden kunnen worden. Daarbij geldt volgens het commentaar in Zöller ZPO dezelfde norm als in artikel 282 lid 1 ZPO, die zorgvuldigheid en voortvarendheid vereist:
§ 282 Rechtzeitigkeit des Vorbringens
(1) Jede Partei hat in der mündlichen Verhandlung ihre Angriffs- und Verteidigungs-mittel, insbesondere Behauptungen, Bestreiten, Einwendungen, Einreden, Beweismit-tel und Beweiseinreden, so zeitig vorzubringen, wie es nach der Prozesslage einer sorgfaltigen und auf Förderung des Verfahrens bedachten Prozessführung entspricht.
Bij de beoordeling van de punten is er dus toch enige discretionaire ruimte (al is die klein) en, belangrijker nog, bestaan er kostenconsequenties voor een aantal verstorende procesgedragingen: late stellingen in hoger beroep, het laten verlopen van termijnen, het niet verschijnen ter zitting en nodeloze processuele verrichtingen.