Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/4.I.E:E. Wetgever/politiek/notariaat
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/4.I.E
E. Wetgever/politiek/notariaat
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479866:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De diverse rechtshistorische etappes op deze reis hebben aangetoond dat de landinrichting voortdurend onderhevig is (geweest) aan inhoudelijke en organisatorische veranderingen. Gestimuleerd door de maatschappelijke, politieke en economische context volgde de ene visie op het gebruik en de inrichting van het landelijk gebied de andere op.1 De landinrichting is daarmee te kenmerken als het schoolvoorbeeld van ‘recht in ontwikkeling’.2
Tijdens deze voortdurende evolutie van het landinrichtingsinstrumentarium is, vanuit de wetgever bezien, blijvende aandacht voor maatschappelijke acceptatie van en draagvlak met betrekking tot de landinrichting op lokaal niveau noodzakelijk.3 ‘Tubbergen’ heeft immers uitgewezen welke desastreuze gevolgen een ontbrekend draagvlak kan hebben. Als vrijwillige vorm van landinrichting waarbij het maatschappelijk draagvlak vrijwel altijd (zeer) goed te noemen is, kan de kavelruil in dit kader een nuttige (voortrekkers)rol vervullen.
Het landelijk gebied heeft daarbij in de loop der jaren zijn status als exclusieve domein van de boer verloren. Mede daardoor is een ‘nieuwe realiteit’ ontstaan, waarin de agrarische sector geworden is tot een van de spelers (zij het nog steeds een relatief grote) op het landinrichtingsspeelveld.
Dergelijke, veelal op politieke keuzes en visies gebaseerde ontwikkelingsrichtingen hebben hun weerslag gehad op de kavelruil, die zich gedurende de jaren ontwikkeld heeft tot een multifunctioneel inzetbaar landinrichtingsinstrument. Opvallend daarbij is dat het element ‘vrijwilligheid’ door de overheid vaak eerder als een bedreiging dan als een kans lijkt te worden gezien. De kavelruil is derhalve gebaat bij, en in zekere zin afhankelijk van, voldoende politiek draagvlak.
Daarnaast dienen ook de kennis van en aandacht voor de kavelruil op rijksniveau te allen tijde te zijn gewaarborgd en waar nodig te worden verbeterd. Zo kan een herhaling van het parlementaire ‘lapwerk’, zoals dat plaatsvond bij de parlementaire behandeling van de WILG, mogelijk worden voorkomen. Voorts dient ook de politieke stabiliteit gewaarborgd te worden, zodat wij ten aanzien van de kavelruil niet dezelfde conclusie kunnen trekken als Bruil deed ten aanzien van het Natuurakkoord, namelijk: ‘De politieke waan van de dag is doorslaggevend.4
Tot slot kwam het notariaat in dit onderzoek ruim aan bod. De boodschap aan deze beroepsgroep moge duidelijk zijn: de kavelruil vormt een mooie markt voor de terzake kundige notaris. De agro-notaris dient de kavelruil dan ook te omarmen en dient er actief en voortvarend mee aan de slag te gaan. Waar een passieve houding en een inefficiënte procedurele werkwijze op het gebied van vrijwillige ruil van gronden toe kan leiden hebben de ervaringen in Duitsland uitgewezen: de notaris is aldaar geheel van het landinrichtingstoneel verdwenen. In Nederland vervult de notaris (nog) een belangrijke taak op dit gebied en is hij bovendien gezegend met een (domein) monopolie.
De Nederlandse notaris kan zich derhalve gelukkig prijzen met zijn prominente rol binnen het kavelruilproces. Hij kan daarbij naar mijn mening, indien hij zijn taakuitoefening op gedegen wijze vormgeeft, worden gezien als executeur van de kavelruil. Dit in tegenstelling tot zijn Belgische collega, die, net als de notariële rol binnen het Nederlandse herverkavelingsproces, beperkt is tot die van administrateur. Een actief en ter zake kundig notariaat vormt een uithangbord voor de kavelruil, zowel richting ‘de markt’ als richting de politiek.
Daarbij dient te worden aangetekend dat de notaris zijn kavelruil-taken te allen tijde zorgvuldig, nauwgezet en binnen de civielrechtelijke en fiscale grenzen van het landinrichtingsinstrument dient uit te voeren, zulks mogelijk op straffe van civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling. Ook Belehrung inzake de civielrechtelijke en fiscale gevolgen van landinrichting behoort tot dit notariële takenpakket. Hierbij dient de notaris zich ervan bewust te zijn dat zijn verantwoordelijkheid op fiscaal gebied sinds de fiscale koerswijziging per 1 januari 2007 aanmerkelijk is uitgebreid: de notaris dient, bij gebrek aan handvatten in de vorm van een goedkeuring van overheidswege, de kavelruil(overeenkomst) zelfstandig op zijn fiscale merites te beoordelen.
Al met al is kennis van alle dimensies van de kavelruil een notariële conditio sine qua non. Deze kennis dient (voor de toekomst) gewaarborgd en zo nodig uitgebreid te worden. De VASN vervult in dit kader een belangrijke rol.
Ik sluit dit onderdeel af met een citaat uit de politiek, meer bepaald uit het verslag van een expertmeeting over het onderwerp natuurbeleid, gehouden op 14 maart 2011 door de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit van de Eerste Kamer. De voorzitter van deze commissie, de heer Schuurman (Christenunie) merkt in dit overleg (het loopt al tegen de borrel) het navolgende op:
“Landinrichting en herinrichting zijn heel andere instrumenten waarbij allerlei andere belangen ook in de smeltkroes Komen. Het principe dat de hele grond een tum-over krijgt, datje alles in een pot stopt en het beter indeelt, ook voor het boerenbedrijf, en het er dan weer uit haalt – het is een soort superonteigening – is natuurlijk een mooi, waardevol instrument. Ik kan daar echter de geleste dingen over vertellen. Ik noem één folklorevoorbeeldje. We hebben er de tijd voor, want we kunnen tot 19.00 uur borrelen. Ik was eens als advocaat met een ruilverkaveling gemoeid. In de Ruilverkavelingswet van 1954 – we hebben ook latere en eerdere gehad – was de regel dat niet aanwezigen werden geacht vóór te stemmen. Ik had de notariële akte bij me. Het was in Brabant. Gedeputeerde Staten regelden ook toen al de ruilverkaveling. Ik had een notariële akte bij me van een persoon die op zijn sterfbed tussen Kerstmis en Nieuwjaar bij de notaris onder mijn hoede had gezegd: ik ben tegen die ruilverkaveling. De man was dood toen in januari de stemmingen plaatsvonden. Die werd vóór gerekend! Dat is natuurlijk te gek voor woorden. Dit soort onwetmatigheden zijn later ook verwijderd uit de wet. Het was een instrument waarover wij ons grote zorgen moesten maken en het is ook veranderd. Later is het een tamelijk gunstig en zegenrijk instrument geworden, met landherinrichting en kavelruil en al die dingen. Prachtig gewoon, (onderstreping door mij, JR)’5
Dat de kavelruil een door de politiek beïnvloed fenomeen is behoeft, na lezing van het voorgaande, weinig betoog. Tevens behoeft in mijn ogen de zorg over de aanwezigheid van voldoende relevante kennis en kunde ten aanzien van de kavelruil op politiek niveau niet nader te worden aangetoond: het citaat spreekt ook op dit gebied (helaas) boekdelen.