Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.5:2.3.5 Onwaardigheidsgrond onder a gaat op in onwaardigheidsgrond onder b
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.5
2.3.5 Onwaardigheidsgrond onder a gaat op in onwaardigheidsgrond onder b
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859263:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij artikel 4:3 lid 1 sub a BW staat het ombrengen van de erflater centraal. Uit de voorgaande paragrafen volgt dat de strafbare feiten die daarbij horen stuk voor stuk misdrijven zijn die voldoen aan het vierjaarscriterium uit artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Nu de overige voorwaarden van de eerste en tweede onwaardigheidsgrond gelijk zijn, gaat artikel 4:3 lid 1 sub a BW geheel op in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Immers in beide gevallen is opzet vereist, moet sprake zijn van een onherroepelijk veroordeling en moet het strafbare feit tegen de erflater zijn gepleegd. Deze laatste eis komt in artikel 4:3 lid 1 sub a BW tot uitdrukking doordat de dader de overledene moet hebben omgebracht. Tot slot hebben deze gronden met elkaar gemeen dat in beide gevallen de poging tot, voorbereiding van en deelneming aan de desbetreffende misdrijven tot onwaardigheid leidt.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dat afscheid kan worden genomen van de eerste onwaardigheidsgrond zonder dat de gevallen van onwaardigheid worden ingeperkt.