Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.6.2.2
6.6.2.2 Vereisten voor subbewaarders
J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193644:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 22 bis lid 3 Icbe-Richtlijn.
Art. 22 bis lid 3 sub a Icbe-Richtlijn.
Art. 22 bis lid 3 sub b aanhef en onder i Icbe-Richtlijn.
Art. 22 bis lid 3 sub b aanhef en onder ii Icbe-Richtlijn.
Art. 22 bis lid 3 sub d Icbe-Richtlijn.
Art. 17 Bewaardersverordening.
Art. 17 lid 3 Bewaardersverordening. Alhoewel dit niet expliciet is opgenomen in de Verordening, doelt de wetgever hier op wijzigingen ten aanzien van insolventiebescherming daar deze bepaling is opgenomen in het artikel dat ziet op insolventiebescherming.
Art. 22 bis lid 3 sub c, art. 22 lid 5 en 7 en art. 25 Icbe-Richtlijn.
Art. 16 lid 1 Bewaardersverordening zoals aangepast door art. 1 lid 3 Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1a Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1b Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1c Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1d Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder eerste Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1f Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 1 lid 3 onder 1g Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1619.
Art. 16 lid 1 Bewaardersverordening.
Zie paragraaf 6.6.
Het gaat hierbij om bewaarneming van ontvangen onderpand – onder eigendomsoverdracht (title transfer). ESMA kwam zelf tot deze conclusie (ESMA34-45-277, p. 11 en 12).
Art. 16 lid 2 Bewaardersverordening.
De bewaarder mag de bewaarnemingstaken alleen delegeren aan een subbewaarder die te allen tijde aan de volgende voorwaarden voldoet. De subbewaarder dient:1
te beschikken over structuren en deskundigheid die adequaat zijn voor het uitoefenen van de taken;2
indien de delegatie betrekking heeft op financiële instrumenten die in bewaring genomen moeten worden, onderworpen te zijn aan effectieve prudentiële regelgeving (inclusief minimum kapitaalvereisten) en toezicht ten aanzien van de gedelegeerde bewaartaak;3
voor wat betreft de gedelegeerde bewaartaken onderworpen te zijn aan een periodieke audit;4
alle noodzakelijke stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat bij insolventie van de subbewaarder de door de subbewaarder in bewaring genomen activa niet beschikbaar zijn ten voordele van crediteuren van de subbewaarder.5 Deze verplichting is voor subbewaarders uit derde landen verder uitgewerkt in de Bewaardersverordening.6 De subbewaarder dient periodiek en bij wijziging een verklaring af te geven aan de bewaarder over de bijzonderheden van de activa van de icbe;7
de financiële instrumenten te bewaren conform de algemene vereisten uit de icbe-regelgeving, zie paragraaf 6.5.2, onafhankelijk zijn van de bewaarder en de activa niet te hergebruiken.8 Dit verbod is gelijk aan het verbod dat geldt voor de bewaarder zelf;
de activa van de cliënten zodanig te kunnen scheiden van de eigen activa en van de activa van de bewaarder dat kan worden vastgesteld dat de activa toebehoren aan de cliënten van een bepaalde bewaarder.9
De bewaarder handelt conform deze scheidingsverplichting indien hij erop toeziet en verifieert dat de subbewaarder:10
alle financiële instrumenten op correcte wijze boekt op de financiële-instrumentenrekening die in de boeken van de derde is geopend.11 De subbewaarder hoeft maximaal vier rekeningen aan te houden:
één ten behoeve van cliënten van de bewaarder;
één ten behoeve van de eigen financiële instrumenten van de bewaarder;
één ten behoeve van de financiële instrumenten van de derde;
één ten behoeve van andere cliënten van de derde;
alle gegevens en financiële-instrumentenrekeningen bijhoudt die noodzakelijk zijn om de bewaarder te allen tijde onmiddellijk in staat te stellen activa van cliënten van de bewaarder te onderscheiden;12
alle rekeningen en gegevens bijhoudt die het voor de bewaarder mogelijk maken om op elk moment de activa te kunnen onderscheiden ten opzichte van alle andere activa;13
op gezette tijden en telkens als zich een wijziging in de omstandigheden voordoet, aan de bewaarder een gedetailleerd overzicht van de activa van icbe-cliënten van de bewaarder verstrekt;14
zo vaak als nodig de rekeningen en gegevens reconcilieert met die van de bewaarder;15
organisatorische regelingen treft die het risico van het verlies van activa vanwege fraude, misbruik, slechte administratie, niet adequate vastlegging of nalatigheid minimaliseren;16
de kas van de icbe aanhoudt bij een centrale bank, Europese kredietinstelling of bij een gereguleerde bank uit een derde land waaraan eisen worden gesteld die volgens de toezichthouder van de lidstaat van herkomst van de icbe ten minste gelijkwaardig zijn aan de desbetreffende regels voor banken binnen de Europese Unie.17
In de Bewaardersverordening uit 2016 was nog bepaald dat er meer rekeningen onderscheiden moesten worden bij de subbewaarder. In de Verordening werden ‘activa van icbe-cliënten van de bewaarder onderscheiden van zijn eigen activa, activa van zijn andere cliënten, door de bewaarder voor eigen rekening aangehouden activa en activa die worden aangehouden voor cliënten van de bewaarder die geen icbe’s zijn’.18 In 2018 is dit aangepast naar de verplichting ‘activa van de cliënten van de bewaarder te onderscheiden van de eigen activa van de derde, van activa van andere cliënten van de derde en van door de bewaarder voor eigen rekening aangehouden activa’. Er is kortom niet meer bepaald dat activa van cliënten van de bewaarder die icbe’s zijn en activa van de andere cliënten van de bewaarder niet zijnde icbe’s op twee aparte rekeningen bewaard moeten worden. De activa van alle cliënten van de bewaarder mogen samen op een rekening worden bewaard. Dit komt voort uit de nieuwe opinie van ESMA dat administratieve segregatie niet altijd additionele bescherming biedt.19
Het oude vereiste leek in de praktijk soms lastig uitvoerbaar te zijn. De subbewaarder zal een rekening hebben op naam van de bewaarder. Als er op deze rekening ook activa staan die niet aan icbe’s toebehoren zal de bewaarder ten minste twee rekeningen moeten openen: één op naam van de bewaarder inzake icbe’s en één op naam van de bewaarder inzake de overige klanten. Dit is geen ongebruikelijke situatie. Als de subbewaarder de bewaarneming zelf ook delegeert, kan deze verplichting leiden tot een groot aantal rekeningen. De subbewaarder dient immers een rekening te openen bij een subgedelegeerde die alleen bestemd is voor activa van icbe’s van een enkele bewaarder. Hoe langer de keten, hoe meer rekeningen er nodig zijn. Het gebruik van een groot aantal rekeningen levert enkele problemen op. Zo brengt dit kosten met zich mee. Ook bemoeilijkt dit het tri-party onderpandmodel bij effectenuitleenprogramma’s waar icbe’s frequent gebruik van maken.20 Dat probleem lijkt nu opgelost, al bost deze bepaling wel met overweging 22 van Icbe-Richtlijn V.
Als de subbewaarder de vereisten weer delegeert aan een andere partij, dient ook deze partij aan deze regels te voldoen.21