De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/8.5.5.3:8.5.5.3 Verantwoordelijkheid voor het wanbeleid of een onjuist beleid
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/8.5.5.3
8.5.5.3 Verantwoordelijkheid voor het wanbeleid of een onjuist beleid
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652417:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Rb. Amsterdam 2 augustus 2017 (r.o. 4.8), JOR 2018/117, m.nt. S.M. Bartman; Hof Amsterdam 23 juni 2020 (r.o. 3.9), ECLI:NL:GHAMS:2020:1790 (Cancun).
Van Schilfgaarde, in: Van Schilfgaarde e.a. 1997, p. 201 heeft de vraag opgeworpen of dan iets is gezegd over de aansprakelijkheid van deze bestuurder.
Zo ook Oosterhoff 2022, p. 1266-1267. Vgl. verder Van Calker 2017, p. 526.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Komt aan het oordeel wanbeleid meer bewijskracht toe, wanneer de Ondernemingskamer tevens oordeelt over de verantwoordelijkheid voor het wanbeleid, of de verantwoordelijkheid voor een onjuist beleid in het kader van een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW? Mijns inziens verandert dit niets aan het hiervoor in par. 8.5.5.1 en par. 8.5.5.2 uiteengezette: met de vaststelling van verantwoordelijkheid voor het wanbeleid of onjuist beleid staat aansprakelijkheid van de desbetreffende functionaris evenmin vast.1 Deze vaststelling heeft in de aansprakelijkheidsprocedure ook slechts vrije bewijskracht. Datzelfde geldt als de Ondernemingskamer wanbeleid vaststelt in een rechtspersoon met slechts één bestuurder en het wanbeleid betrekking heeft op één fout, waarvoor de enige bestuurder verantwoordelijk is.2 Wel kan de ruimte voor disculpatie in een aansprakelijkheidsprocedure kleiner zijn als de Ondernemingskamer reeds heeft geoordeeld over de verantwoordelijkheid voor het wanbeleid of onjuist beleid, en daarmee over de verwijtbaarheid van een bestuurder of commissaris.3
De vaststelling dat een bestuurder of commissaris verantwoordelijk is voor het wanbeleid of een onjuist beleid kan wel relevantie hebben voor het aannemen van een bewijsvermoeden. Hierover handelt par. 8.6.4.